BWBR0047538
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 3
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
1. Aan de directeuren wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 250.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Onder het werkterrein als bedoeld in het eerste lid valt ook:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel;
b. het besluiten op verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel;
c. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen de door de inspecteur-generaal daartoe vastgestelde financiële kaders;
d. het besluiten op verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel;
e. het, in afstemming met de teammanager Juridische Zaken, aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners.
3. Onder het werkterrein van de directeuren zijn tevens begrepen de volgende P&O-aangelegenheden:
a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd;
b. het verlenen van langdurend verlof in het persoonlijke belang van de aanvrager (zonder behoud van salaris), als bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
c. het opdragen van een andere functie;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden.
2. Onder het werkterrein als bedoeld in het eerste lid valt ook:
a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel;
b. het besluiten op verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel;
c. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen de door de inspecteur-generaal daartoe vastgestelde financiële kaders;
d. het besluiten op verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel;
e. het, in afstemming met de teammanager Juridische Zaken, aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners.
3. Onder het werkterrein van de directeuren zijn tevens begrepen de volgende P&O-aangelegenheden:
a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd;
b. het verlenen van langdurend verlof in het persoonlijke belang van de aanvrager (zonder behoud van salaris), als bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
c. het opdragen van een andere functie;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden.