BWBR0047500
Geldig vanaf 2022-11-23
Artikel 3
Instellingsregeling monitoringcomité ESF+ 2021–2027
1. Het monitoringcomité ESF+ 2021–2027 bestaat uit een voorzitter en 15 leden.
2. De voorzitter en leden, door de Minister te benoemen, bestaan uit een afvaardiging van de volgende partijen:
a. drie leden van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waaronder de voorzitter;
b. een lid op voordracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. een lid op voordracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
d. een lid op voordracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
e. een lid op voordacht van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten;
f. twee leden op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers;
g. twee leden op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers;
h. een lid op voordracht van het College voor de Rechten van de Mens;
i. een lid op voordracht van de G4 gemeenten in Nederland;
j. een lid op voordracht van de G40 gemeenten in Nederland;
k. een lid op voordacht van Movisie.
3. De benoeming geldt voor de instellingsduur van het monitoringcomité ESF+ 2021–2027.
4. Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de partij die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
5. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een lid kan de Minister een andere voorzitter of ander lid benoemen.
6. Op eigen initiatief of op verzoek van het monitoringcomité ESF+ 2021–2027 kan een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting nemen in het monitoringcomité ESF+ 2021–2027.
2. De voorzitter en leden, door de Minister te benoemen, bestaan uit een afvaardiging van de volgende partijen:
a. drie leden van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waaronder de voorzitter;
b. een lid op voordracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. een lid op voordracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
d. een lid op voordracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
e. een lid op voordacht van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten;
f. twee leden op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers;
g. twee leden op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers;
h. een lid op voordracht van het College voor de Rechten van de Mens;
i. een lid op voordracht van de G4 gemeenten in Nederland;
j. een lid op voordracht van de G40 gemeenten in Nederland;
k. een lid op voordacht van Movisie.
3. De benoeming geldt voor de instellingsduur van het monitoringcomité ESF+ 2021–2027.
4. Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de partij die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
5. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een lid kan de Minister een andere voorzitter of ander lid benoemen.
6. Op eigen initiatief of op verzoek van het monitoringcomité ESF+ 2021–2027 kan een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting nemen in het monitoringcomité ESF+ 2021–2027.