BWBR0047429
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel IV
Wet versterking decentrale rekenkamers
1. Indien in een gemeente op een datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een verordening gold als bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, zoals dat luidde op die datum, behoudt deze verordening haar rechtskracht tot uiterlijk een jaar na die datum of bij eerdere intrekking van de verordening, tot de datum van intrekking.
2. Artikel 81aen Hoofstuk IVb van de Gemeentewet, zoals deze luidden op de datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven in een gemeente waarin een in het eerste lid bedoelde verordening geldt van kracht voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie tot die verordening haar rechtskracht verliest.
3. Indien in een waterschap op een datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een verordening gold voor de instelling van een rekenkamer of rekenkamerfunctie, behoudt die verordening haar rechtskracht tot uiterlijk een jaar na die datum of bij eerdere intrekking van de verordening, tot de datum van intrekking.
4. Artikel 81c, vijfde lid, van de Gemeentewetgeldt niet voor de eerste benoeming van de leden van de rekenkamer ingesteld overeenkomstig artikel 81a van de Gemeentewetna de inwerkingtreding van artikel I.
5. Artikel 51ac, vijfde lid, van de Waterschapswetgeldt niet voor de eerste benoeming van de leden van de rekenkamer ingesteld overeenkomstig artikel 51aa van de Waterschapswetna de inwerkingtreding van artikel IIa.
2. Artikel 81aen Hoofstuk IVb van de Gemeentewet, zoals deze luidden op de datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven in een gemeente waarin een in het eerste lid bedoelde verordening geldt van kracht voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie tot die verordening haar rechtskracht verliest.
3. Indien in een waterschap op een datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een verordening gold voor de instelling van een rekenkamer of rekenkamerfunctie, behoudt die verordening haar rechtskracht tot uiterlijk een jaar na die datum of bij eerdere intrekking van de verordening, tot de datum van intrekking.
4. Artikel 81c, vijfde lid, van de Gemeentewetgeldt niet voor de eerste benoeming van de leden van de rekenkamer ingesteld overeenkomstig artikel 81a van de Gemeentewetna de inwerkingtreding van artikel I.
5. Artikel 51ac, vijfde lid, van de Waterschapswetgeldt niet voor de eerste benoeming van de leden van de rekenkamer ingesteld overeenkomstig artikel 51aa van de Waterschapswetna de inwerkingtreding van artikel IIa.