BWBR0047384
Geldig vanaf 2022-11-01
Artikel 9
Wet kiescollege niet-ingezetenen
1. Een lid van het kiescollege is niet tevens:
a. minister;
b. staatssecretaris;
c. lid van de Raad van State;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Nationale ombudsman;
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
g. burgemeester van de gemeente ’s-Gravenhage;
h. ambtenaar, in dienst van de gemeente ’s-Gravenhage of uit anderen hoofde aan het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage ondergeschikt.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder h, kan een lid van het kiescollege tevens zijn vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.
a. minister;
b. staatssecretaris;
c. lid van de Raad van State;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Nationale ombudsman;
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
g. burgemeester van de gemeente ’s-Gravenhage;
h. ambtenaar, in dienst van de gemeente ’s-Gravenhage of uit anderen hoofde aan het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage ondergeschikt.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder h, kan een lid van het kiescollege tevens zijn vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.