BWBR0047334
Geldig vanaf 2022-10-21
Artikel 14
Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WECzoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WECzoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.
[tabel]
4. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WECzoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.
[tabel]
4. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.