BWBR0047331
Geldig vanaf 2022-11-01
Artikel 2
Besluit kiescollege niet-ingezetenen
1. De reis- en verblijfskosten die een lid van het kiescollege maakt, kan het declareren bij de griffier van de gemeente ’s-Gravenhage, tot de hoogte van de bedragen die hiervoor zijn vastgelegd in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen.
2. De verblijfskosten voor een lid van het kiescollege worden vergoed voor de periode dat het in Nederland verblijft, maar niet voor meer dan zeven dagen, tenzij een lid aannemelijk maakt dat het voor hem niet mogelijk is om binnen deze termijn terug naar zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland te reizen. De voorzitter oordeelt of het lid dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Indien dit het geval is, wordt het aantal dagen bedoeld in de eerste volzin verlengd tot tien.
3. Een lid van het kiescollege kan de griffier van de gemeente ’s-Gravenhage verzoeken de reis en het verblijf voor hem te organiseren. In dat geval wendt de griffier de vergoeding die bestemd is voor het betreffende kiescollegelid hiervoor aan, met inachtneming van het eerste en tweede lid.
2. De verblijfskosten voor een lid van het kiescollege worden vergoed voor de periode dat het in Nederland verblijft, maar niet voor meer dan zeven dagen, tenzij een lid aannemelijk maakt dat het voor hem niet mogelijk is om binnen deze termijn terug naar zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland te reizen. De voorzitter oordeelt of het lid dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Indien dit het geval is, wordt het aantal dagen bedoeld in de eerste volzin verlengd tot tien.
3. Een lid van het kiescollege kan de griffier van de gemeente ’s-Gravenhage verzoeken de reis en het verblijf voor hem te organiseren. In dat geval wendt de griffier de vergoeding die bestemd is voor het betreffende kiescollegelid hiervoor aan, met inachtneming van het eerste en tweede lid.