BWBR0047300
Geldig vanaf 01-01-2023
Artikel 5
Beleidsregel tandheelkundige zorg
1. Bij de tariefvaststelling wordt gebruik gemaakt van twee puntwaarden: een puntwaarde implantologie (voor het hoofdstuk J) en een puntwaarde tandheelkundige zorg (voor de overige hoofdstukken).
2. De arbeidskostencomponent voor beide puntwaarden bedraagt € 154.048 (definitief niveau 2022).
3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt € 151.613 (definitief niveau 2022). Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde implantologie bedraagt € 150.654 (definitief niveau 2022).
4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt € 350.689,70 (definitief niveau 2022). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
– personeelskosten € 173.840,41
– overige kosten € 176.849,29
Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde implantologie bedraagt € 598.197 (definitief niveau 2022). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
– personeelskosten € 344.305
– overige kosten € 253.892
5. De rekennorm ten behoeve van de berekening van de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt 79.156. De rekennorm ten behoeve van de berekening van de puntwaarde implantologie bedraagt 138.395.
6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
7. De structurele puntwaarde bedraagt
Voor tandheelkundige zorg:
€ 6,345732942 (definitief niveau 2022);
€ 6,649425126 (voorcalculatorisch niveau 2023).
Voor implantologie:
€ 5,410950 (definitief niveau 2022);
€ 5,669813977 (voorcalculatorisch niveau 2023).
2. De arbeidskostencomponent voor beide puntwaarden bedraagt € 154.048 (definitief niveau 2022).
3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt € 151.613 (definitief niveau 2022). Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde implantologie bedraagt € 150.654 (definitief niveau 2022).
4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt € 350.689,70 (definitief niveau 2022). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
– personeelskosten € 173.840,41
– overige kosten € 176.849,29
Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde implantologie bedraagt € 598.197 (definitief niveau 2022). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:
– personeelskosten € 344.305
– overige kosten € 253.892
5. De rekennorm ten behoeve van de berekening van de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt 79.156. De rekennorm ten behoeve van de berekening van de puntwaarde implantologie bedraagt 138.395.
6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.
7. De structurele puntwaarde bedraagt
Voor tandheelkundige zorg:
€ 6,345732942 (definitief niveau 2022);
€ 6,649425126 (voorcalculatorisch niveau 2023).
Voor implantologie:
€ 5,410950 (definitief niveau 2022);
€ 5,669813977 (voorcalculatorisch niveau 2023).
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047300
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl