BWBR0047297
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 4
Beleidsregel indexering
4.1. De beleidsregel betreft de jaarlijkse aanpassingssystematiek van het inkomens- en praktijkkostenbestanddeel in de gereguleerde tarieven. Deze indexatie vindt zowel voor- als nacalculatorisch plaats.
4.2. De aanpassing van het in de beleidsregelwaarden opgenomen inkomensbestanddeel en de personele loonkostencomponent voor jaar t is gebaseerd op het door de Minister van VWS voor dat jaar aangegeven indexatiepercentage Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (Ova). Deze aanpassing bestaat uit:
– een structurele doorwerking in jaar t van de uit het definitieve Ova-indexcijfer blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van jaar t-13Zie rekenvoorbeeld in de toelichting.;
– een 100% voorcalculatie van het voorlopige Ova-indexcijfer voor het jaar t.
De voor- en eindcalculatie van het Ministerie van VWS worden door de NZa in de beleidsregelwaarden verwerkt als voorlopige respectievelijk definitieve index.
4.3. De aanpassing van de in de beleidsregelwaarden opgenomen materiële kostencomponent voor jaar t is gebaseerd op gegevens uit de tabel ‘Middelen en bestedingen’ van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) van het jaar t. Deze aanpassing bestaat uit:
– een structurele doorwerking in jaar t van het uit het CEP blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van jaar t-14Zie rekenvoorbeeld in de toelichting.;
– een 100% voorcalculatie van het voorlopige CEP-indexcijfer voor het jaar t.
De voorcalculatie van het Ministerie van VWS en de eindcalculatie van het CPB worden door de NZa in de beleidsregelwaarden verwerkt als voorlopige respectievelijk definitieve index.
4.4. Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
4.2. De aanpassing van het in de beleidsregelwaarden opgenomen inkomensbestanddeel en de personele loonkostencomponent voor jaar t is gebaseerd op het door de Minister van VWS voor dat jaar aangegeven indexatiepercentage Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (Ova). Deze aanpassing bestaat uit:
– een structurele doorwerking in jaar t van de uit het definitieve Ova-indexcijfer blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van jaar t-13Zie rekenvoorbeeld in de toelichting.;
– een 100% voorcalculatie van het voorlopige Ova-indexcijfer voor het jaar t.
De voor- en eindcalculatie van het Ministerie van VWS worden door de NZa in de beleidsregelwaarden verwerkt als voorlopige respectievelijk definitieve index.
4.3. De aanpassing van de in de beleidsregelwaarden opgenomen materiële kostencomponent voor jaar t is gebaseerd op gegevens uit de tabel ‘Middelen en bestedingen’ van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) van het jaar t. Deze aanpassing bestaat uit:
– een structurele doorwerking in jaar t van het uit het CEP blijkende verschil tussen de voor- en eindcalculatie van jaar t-14Zie rekenvoorbeeld in de toelichting.;
– een 100% voorcalculatie van het voorlopige CEP-indexcijfer voor het jaar t.
De voorcalculatie van het Ministerie van VWS en de eindcalculatie van het CPB worden door de NZa in de beleidsregelwaarden verwerkt als voorlopige respectievelijk definitieve index.
4.4. Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.