BWBR0047294
Geldig vanaf 01-01-2023
Artikel 5
Beleidsregel gecombineerde leefstijlinterventie
1. Tariefsoort
Voor de prestaties intake gecombineerde leefstijlinterventie, behandelfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal en onderhoudsfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal gelden maximumtarieven.
De prestatie onderlinge dienstverlening gecombineerde leefstijlinterventie kan met inachtneming van de geldende maximumtarieven voor de prestaties intake gecombineerde leefstijlinterventie, behandelfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal en onderhoudsfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal in rekening worden gebracht.
2. Totstandkoming tarieven
De maximumtarieven van de prestaties intake gecombineerde leefstijlinterventie, behandelfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal en onderhoudsfase per kwartaal zijn gebaseerd op het kostenonderzoek over 2021. In dit kostenonderzoek zijn de volgende onderdelen meegenomen:
De opzet, aanpak en resultaten van het kostenonderzoek, en de precieze berekening van de maximumtarieven staan in het Verantwoordingsdocument kostenonderzoek gecombineerde leefstijlinterventie. Dat is een bijlage van deze beleidsregel.
3. Verhoogde maximumtarieven
Voor de prestaties, met uitzondering van de prestatie onderlinge dienstverlening, geldt de mogelijkheid tot een verhoogd maximumtarief. De maximumtarieven berekend op basis van artikel 5, lid 2 kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt. Dit verhoogde maximumtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief schriftelijk is overeengekomen of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot de gecombineerde leefstijlinterventie is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen. Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5, lid 2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
4. Indexering
De maximumtarieven worden jaarlijks trendmatig aangepast met een index voor de peronseelskosten, materiële kosten en normatieve huisvestingskosten. De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt normaliter aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft het Ministerie van VWS de NZa de opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen (MEV) van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele als de materiële index. De normatieve huisvestingskosten worden door de NZa jaarlijks geïndexeerd met 2,5%. De toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de indices voor personeelskosten (aandeel: 80,4%), materiële kosten (aandeel: 11,7%) en (normatieve) huisvestingskosten (aandeel: 7,9%).
Voor de prestaties intake gecombineerde leefstijlinterventie, behandelfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal en onderhoudsfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal gelden maximumtarieven.
De prestatie onderlinge dienstverlening gecombineerde leefstijlinterventie kan met inachtneming van de geldende maximumtarieven voor de prestaties intake gecombineerde leefstijlinterventie, behandelfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal en onderhoudsfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal in rekening worden gebracht.
2. Totstandkoming tarieven
De maximumtarieven van de prestaties intake gecombineerde leefstijlinterventie, behandelfase gecombineerde leefstijlinterventie per kwartaal en onderhoudsfase per kwartaal zijn gebaseerd op het kostenonderzoek over 2021. In dit kostenonderzoek zijn de volgende onderdelen meegenomen:
De opzet, aanpak en resultaten van het kostenonderzoek, en de precieze berekening van de maximumtarieven staan in het Verantwoordingsdocument kostenonderzoek gecombineerde leefstijlinterventie. Dat is een bijlage van deze beleidsregel.
3. Verhoogde maximumtarieven
Voor de prestaties, met uitzondering van de prestatie onderlinge dienstverlening, geldt de mogelijkheid tot een verhoogd maximumtarief. De maximumtarieven berekend op basis van artikel 5, lid 2 kunnen ten hoogste met 10% worden verhoogd indien hieraan een schriftelijke overeenkomst tussen de betreffende zorgaanbieder en zorgverzekeraar ten grondslag ligt. Dit verhoogde maximumtarief kan uitsluitend in rekening worden gebracht aan (a) de zorgverzekeraar met wie het verhoogde maximumtarief schriftelijk is overeengekomen of (b) de verzekerde ten behoeve van wie een zorgverzekering met betrekking tot de gecombineerde leefstijlinterventie is gesloten bij een zorgverzekeraar met wie een zodanig verhoogd maximumtarief schriftelijk is overeengekomen. Een tarief dat niet hoger is dan berekend op basis van artikel 5, lid 2 kan aan eenieder in rekening worden gebracht.
4. Indexering
De maximumtarieven worden jaarlijks trendmatig aangepast met een index voor de peronseelskosten, materiële kosten en normatieve huisvestingskosten. De loonkosten worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS aangegeven Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor de materiële kosten wordt normaliter aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft het Ministerie van VWS de NZa de opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen (MEV) van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele als de materiële index. De normatieve huisvestingskosten worden door de NZa jaarlijks geïndexeerd met 2,5%. De toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de indices voor personeelskosten (aandeel: 80,4%), materiële kosten (aandeel: 11,7%) en (normatieve) huisvestingskosten (aandeel: 7,9%).
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047294
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl