BWBR0047261
Geldig vanaf 01-01-2023
Artikel 5
Beleidsregel kraamzorg
De maximumtarieven voor kraamzorg zijn gebaseerd op een kostenonderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten in 2018. Dit was ten tijden van het kostenonderzoek het meest recente beschikbare boekjaar onder aanbieders van kraamzorg. Uitzondering hierop is de totstandkoming van het maximumtarief voor de tijdelijke toeslag inzet tolk per 15 minuten. Dit maximumtarief is overgenomen uit ‘De verantwoording tarieven Zorgprestatiemodel’ van 1 juli 2021 vanuit de GGZ, waarbij het tarief voor deze toeslag is gebaseerd op kostprijsinformatie van de tolk anderstaligen.
De totstandkoming van de maximumtarieven is beschreven in het verantwoordingsdocument ‘Verantwoordingsdocument, Tarieven kraamzorg 2021’, dat als bijlage bij de Beleidsregel kraamzorg met kenmerk BR/REG-21107 is opgenomen.
De maximumtarieven 2021 zijn gebaseerd op de werkelijk gemeten kosten 2018, waarbij rekening gehouden is met:
– Indexatie De maximumtarieven worden jaarlijks trendmatig aangepast met een gewogen gemiddelde index voor personele- en materiële kosten. De trendmatige aanpassing voor jaar t wordt gebaseerd op de voorcalculatie voor jaar t en de nacalculatie op de indices jaar t–1 (zie ook artikel 5.3);
– Vergoeding voor gederfd rendement op eigen vermogen (VGREV) Conform de Beleidsregel Algemeen kader tariefprincipes curatieve zorg hanteert de NZa als uitgangspunt dat ondernemersrisico een element is in de opbouw van het tarief. Voor de kraamzorg heeft de NZa een generiek vergoedingspercentage bepaald van 5,47% ter dekking van de opportunity costs voor het aanhouden van eigen vermogen. Voor het bepalen van het aandeel eigen vermogen is uitgegaan van een normatief aandeel eigen vermogen/totaal vermogen van 40%. Dit resulteert in een opslag op het tarief van 0,8%;
– Tijdelijke opslag Er is een tijdelijke opslag van vier jaar voor het verstevigen van de benodigde reserves binnen de kraamzorgsector gehanteerd. Dit betreft een opslag op het tarief van 1,7%.
De tarieven voor kraamzorg zijn maximumtarieven.
De tarieven voor kraamzorg worden in beginsel jaarlijks ambtshalve geïndexeerd. Voor wat betreft de loonkosten wordt de index vastgesteld door het Ministerie van VWS. Deze index houdt verband met de CAO-afspraken. Voor wat betreft de materiële kosten wordt aangesloten bij de prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85,2% loonkosten en 14,8% materiële kosten. Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t–1.
Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
De totstandkoming van de maximumtarieven is beschreven in het verantwoordingsdocument ‘Verantwoordingsdocument, Tarieven kraamzorg 2021’, dat als bijlage bij de Beleidsregel kraamzorg met kenmerk BR/REG-21107 is opgenomen.
De maximumtarieven 2021 zijn gebaseerd op de werkelijk gemeten kosten 2018, waarbij rekening gehouden is met:
– Indexatie De maximumtarieven worden jaarlijks trendmatig aangepast met een gewogen gemiddelde index voor personele- en materiële kosten. De trendmatige aanpassing voor jaar t wordt gebaseerd op de voorcalculatie voor jaar t en de nacalculatie op de indices jaar t–1 (zie ook artikel 5.3);
– Vergoeding voor gederfd rendement op eigen vermogen (VGREV) Conform de Beleidsregel Algemeen kader tariefprincipes curatieve zorg hanteert de NZa als uitgangspunt dat ondernemersrisico een element is in de opbouw van het tarief. Voor de kraamzorg heeft de NZa een generiek vergoedingspercentage bepaald van 5,47% ter dekking van de opportunity costs voor het aanhouden van eigen vermogen. Voor het bepalen van het aandeel eigen vermogen is uitgegaan van een normatief aandeel eigen vermogen/totaal vermogen van 40%. Dit resulteert in een opslag op het tarief van 0,8%;
– Tijdelijke opslag Er is een tijdelijke opslag van vier jaar voor het verstevigen van de benodigde reserves binnen de kraamzorgsector gehanteerd. Dit betreft een opslag op het tarief van 1,7%.
De tarieven voor kraamzorg zijn maximumtarieven.
De tarieven voor kraamzorg worden in beginsel jaarlijks ambtshalve geïndexeerd. Voor wat betreft de loonkosten wordt de index vastgesteld door het Ministerie van VWS. Deze index houdt verband met de CAO-afspraken. Voor wat betreft de materiële kosten wordt aangesloten bij de prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85,2% loonkosten en 14,8% materiële kosten. Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t–1.
Met de brief van 20 september 2022 (kenmerk 3434939-1035019-FEZ) heeft VWS de NZa opdracht gegeven om voor de tariefberekening 2023 incidenteel aan te sluiten op de ramingen uit de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047261
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl