BWBR0047242
Geldig vanaf 2022-10-05
Artikel 17
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022
1. Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door de directeur die het aangaat, dan wel een daartoe aangewezen directeur.
De omvang van laatstgenoemde uit te oefenen bevoegdheid kan worden beperkt. Beperking of uitbreiding van de uit te oefenen bevoegdheid wordt opgenomen in de managementafspraken als bedoeld in artikel 4.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door het onder hem ressorterende afdelingshoofd die het aangaat, dan wel het daartoe aangewezen onder hem ressorterende afdelingshoofd.
De omvang van laatstgenoemde uit te oefenen bevoegdheid kan worden beperkt. Beperking of uitbreiding van de uit te oefenen bevoegdheid wordt opgenomen in de managementafspraken als bedoeld in artikel 4.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door het onder hem ressorterende afdelingshoofd die het aangaat, dan wel het daartoe aangewezen onder hem ressorterende afdelingshoofd.