BWBR0047214
Geldig vanaf 2022-10-01
Artikel 10
Instellingsbesluit Commissie Onderzoek naar binnenlandse afstand en adoptie in de periode 1956–1984
1. De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;
b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;
c. de kosten voor oplevering van het rapport;
d. de kosten voor huisvesting en de bedrijfsvoering ten behoeve van de commissie.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de minister aan ter goedkeuring. Deze raming heeft in ieder geval betrekking op kosten als bedoeld in het eerste lid en is voorzien van een nadere onderbouwing waaruit blijkt dat deze kosten redelijkerwijs passen binnen haar taakstelling en de vooraf door de minister aangegeven budgettaire kaders.
3. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden legt de commissie financiële verantwoording af.
a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;
b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;
c. de kosten voor oplevering van het rapport;
d. de kosten voor huisvesting en de bedrijfsvoering ten behoeve van de commissie.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de minister aan ter goedkeuring. Deze raming heeft in ieder geval betrekking op kosten als bedoeld in het eerste lid en is voorzien van een nadere onderbouwing waaruit blijkt dat deze kosten redelijkerwijs passen binnen haar taakstelling en de vooraf door de minister aangegeven budgettaire kaders.
3. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden legt de commissie financiële verantwoording af.