BWBR0047151
Geldig vanaf 15-09-2022
Artikel 5
Regeling informatieverstrekking aanmelding en wijzigingen Wlz-uitvoerderschap – TH/NR-020
1. De Wlz-uitvoerder meldt benoemingen, herbenoemingen en functiewijzigingen van personen als bedoeld in artikel 4.1.1, vijfde lid, van de Wlz aan de NZa, minimaal zes weken voorafgaand aan de dag waarop de (her)benoeming of functiewijziging is beoogd. Functiewijzigingen van personen waarvoor andere eisen aan geschiktheid worden gesteld dan voor de bestaande functie gelden, worden daarbij aangemerkt als relevante wijzigingen, waarvan de melding dient te voldoen aan het bepaalde in de artikelen 15 en 16.
2. Als tijdelijk niet kan worden voldaan aan de eis van een minimaal tweehoofdige leiding of aan de eis van een toezichthoudend orgaan van minimaal drie leden, dan dient dit onverwijld te worden gemeld bij de NZa. Hierbij toont de Wlz-uitvoerder aan op welke wijze de doeleinden die de eisen uit artikel 4.1.1 van het Blz of het bepaalde in artikel 5 van de Beleidsregel Toetsing eisen Wlz-uitvoerderschap (TH/BR-031) beogen te bereiken, anderszins worden bereikt.
3. De Wlz-uitvoerder meldt relevante wijzigingen met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van (mede)beleidsbepalers en/of interne toezichthouders en die van invloed kunnen zijn op het blijven voldoen aan artikel 4.1.2 van het Blz aan de NZa. Deze wijzigingen dienen ten spoedigste doch uiterlijk binnen twee weken na constatering van de wijziging te worden gemeld. De Wlz-uitvoerder maakt de inhoud van de wijziging inzichtelijk en levert informatie aan ten aanzien van de betreffende wijziging conform het gestelde in artikel 15 en artikel 16 van deze regeling. Aan de hand van deze informatie zal de NZa beoordelen of de Wlz-uitvoerder blijft voldoen aan het gestelde in artikel 4.1.2 van het Blz.
4. De Wlz-uitvoerder meldt het terugtreden van personen als bedoeld in artikel 4.1.1, vijfde lid, van de Wlz aan de NZa, minimaal zes weken voorafgaand aan de dag waarop de betreffende functieuitoefening wordt beëindigd. Een onvoorzien terugtreden wordt ten spoedigste gemeld doch uiterlijk binnen twee weken na het daadwerkelijke terugtreden. Bij de melding wordt de reden voor terugtreden toegelicht. Indien de functie vervolgens niet (op gelijke wijze) wordt ingevuld, geldt dat als organisatiewijziging in de zin van artikel 6 (herverdeling van portefeuille of gewijzigde inrichting) die als nieuwe melding moet worden ingediend bij de NZa.
5. De Wlz-uitvoerder dient de melding van de wijziging in besturing in via het invullen van het formulier in het Aanvragenportaal van de NZa. Meldingen die niet conform het gestelde in dit artikel worden ingediend zullen niet in behandeling worden genomen en worden geacht niet te zijn gedaan.
6. Van het niet of niet tijdig aanleveren is sprake wanneer wijzigingen zijn doorgevoerd zonder aanlevering van de in artikel 15 en artikel 16 genoemde informatie, of zonder dat bij die aanlevering de in artikel 5, eerste tot en met het vierde lid, genoemde termijn in acht is genomen.
2. Als tijdelijk niet kan worden voldaan aan de eis van een minimaal tweehoofdige leiding of aan de eis van een toezichthoudend orgaan van minimaal drie leden, dan dient dit onverwijld te worden gemeld bij de NZa. Hierbij toont de Wlz-uitvoerder aan op welke wijze de doeleinden die de eisen uit artikel 4.1.1 van het Blz of het bepaalde in artikel 5 van de Beleidsregel Toetsing eisen Wlz-uitvoerderschap (TH/BR-031) beogen te bereiken, anderszins worden bereikt.
3. De Wlz-uitvoerder meldt relevante wijzigingen met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van (mede)beleidsbepalers en/of interne toezichthouders en die van invloed kunnen zijn op het blijven voldoen aan artikel 4.1.2 van het Blz aan de NZa. Deze wijzigingen dienen ten spoedigste doch uiterlijk binnen twee weken na constatering van de wijziging te worden gemeld. De Wlz-uitvoerder maakt de inhoud van de wijziging inzichtelijk en levert informatie aan ten aanzien van de betreffende wijziging conform het gestelde in artikel 15 en artikel 16 van deze regeling. Aan de hand van deze informatie zal de NZa beoordelen of de Wlz-uitvoerder blijft voldoen aan het gestelde in artikel 4.1.2 van het Blz.
4. De Wlz-uitvoerder meldt het terugtreden van personen als bedoeld in artikel 4.1.1, vijfde lid, van de Wlz aan de NZa, minimaal zes weken voorafgaand aan de dag waarop de betreffende functieuitoefening wordt beëindigd. Een onvoorzien terugtreden wordt ten spoedigste gemeld doch uiterlijk binnen twee weken na het daadwerkelijke terugtreden. Bij de melding wordt de reden voor terugtreden toegelicht. Indien de functie vervolgens niet (op gelijke wijze) wordt ingevuld, geldt dat als organisatiewijziging in de zin van artikel 6 (herverdeling van portefeuille of gewijzigde inrichting) die als nieuwe melding moet worden ingediend bij de NZa.
5. De Wlz-uitvoerder dient de melding van de wijziging in besturing in via het invullen van het formulier in het Aanvragenportaal van de NZa. Meldingen die niet conform het gestelde in dit artikel worden ingediend zullen niet in behandeling worden genomen en worden geacht niet te zijn gedaan.
6. Van het niet of niet tijdig aanleveren is sprake wanneer wijzigingen zijn doorgevoerd zonder aanlevering van de in artikel 15 en artikel 16 genoemde informatie, of zonder dat bij die aanlevering de in artikel 5, eerste tot en met het vierde lid, genoemde termijn in acht is genomen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047151
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl