BWBR0047147
Geldig vanaf 2022-09-19
Artikel 8
Instellingsbesluit Ecologische Autoriteit
1. Als de autoriteit in de gelegenheid wordt gesteld te toetsen of te adviseren, stelt de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter daarvoor een werkgroep van deskundigen samen.
2. Het secretariaat van de autoriteit deelt aan het bevoegd gezag dat verzocht heeft te toetsen of te adviseren mee uit welke deskundigen de werkgroep bestaat.
3. Een werkgroep staat onder voorzitterschap van de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
4. De voorzitter of plaatsvervangend voorzitter wijst de deskundigen aan waaruit een werkgroep zal bestaan.
5. Voor het overige stelt de autoriteit haar eigen werkwijze vast.
6. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de autoriteit geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de autoriteit bewaard in het archief van dat ministerie.
7. De autoriteit verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
2. Het secretariaat van de autoriteit deelt aan het bevoegd gezag dat verzocht heeft te toetsen of te adviseren mee uit welke deskundigen de werkgroep bestaat.
3. Een werkgroep staat onder voorzitterschap van de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
4. De voorzitter of plaatsvervangend voorzitter wijst de deskundigen aan waaruit een werkgroep zal bestaan.
5. Voor het overige stelt de autoriteit haar eigen werkwijze vast.
6. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de autoriteit geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de autoriteit bewaard in het archief van dat ministerie.
7. De autoriteit verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.