BWBR0047146
Geldig vanaf 2022-09-14
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering voorkomen georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit 2022
1. Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken na de laatste termijn overeenkomstig de verlening vast.
2. De minister kan de uitkering lager vaststellen, indien:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de gemeente niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen;
c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
2. De minister kan de uitkering lager vaststellen, indien:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de gemeente niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen;
c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.