BWBR0047108
Geldig vanaf 2022-10-01
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed tweede tranche
1. De ontvanger van de specifieke uitkering is verplicht om:
a. de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, af te ronden voor 1 mei 2027;
b. de minister op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt;
c. op verzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland informatie te verschaffen ten behoeve van de half jaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor het Ondernemend Nederland; en
d. op verzoek van de minister informatie te verschaffen ten behoeve van door de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
a. de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, af te ronden voor 1 mei 2027;
b. de minister op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt;
c. op verzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland informatie te verschaffen ten behoeve van de half jaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor het Ondernemend Nederland; en
d. op verzoek van de minister informatie te verschaffen ten behoeve van door de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.