BWBR0047091
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 8
Instellingsbesluit Commissie van onderzoek evacuatieoperatie Kaboel
1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van informatie rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek. Daarnaast zal de commissie belanghebbenden en betrokkenen de gelegenheid bieden zich te wenden tot de commissie.
2. De bewindspersonen verlenen de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7bedoelde protocol.
3. Ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van de genoemde ministeries, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. Zo nodig zal de commissie ten behoeve van het inwinnen van informatie in het kader van haar onderzoek separate overeenkomsten sluiten met andere dan de in het derde lid van dit artikel genoemde ministeries.
6. Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan, rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
7. Zo nodig dienen de in het zesde lid van dit artikel genoemde personen een veiligheidsonderzoek te ondergaan.
2. De bewindspersonen verlenen de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7bedoelde protocol.
3. Ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van de genoemde ministeries, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. Zo nodig zal de commissie ten behoeve van het inwinnen van informatie in het kader van haar onderzoek separate overeenkomsten sluiten met andere dan de in het derde lid van dit artikel genoemde ministeries.
6. Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan, rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
7. Zo nodig dienen de in het zesde lid van dit artikel genoemde personen een veiligheidsonderzoek te ondergaan.