BWBR0047087
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie Maatschappelijk Impact Team
1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negen andere leden.
2. De Commissie kan experts uitnodigen om vast of incidenteel deel te nemen aan vergaderingen.
3. De directeur van respectievelijk het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau, de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en een expert uit de Corona Gedragsunit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu nemen als vaste experts deel aan vergaderingen van de Commissie.
4. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
5. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.
6. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een ander lid zal de Minister op voordracht van de overige leden onderscheidenlijk de voorzitter, een andere voorzitter dan wel een ander lid benoemen.
7. De voorzitter en andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.
2. De Commissie kan experts uitnodigen om vast of incidenteel deel te nemen aan vergaderingen.
3. De directeur van respectievelijk het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau, de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en een expert uit de Corona Gedragsunit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu nemen als vaste experts deel aan vergaderingen van de Commissie.
4. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
5. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd.
6. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een ander lid zal de Minister op voordracht van de overige leden onderscheidenlijk de voorzitter, een andere voorzitter dan wel een ander lid benoemen.
7. De voorzitter en andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.