BWBR0047082
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 14
Wet vrachtwagenheffing
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. De toezichthouder is bevoegd op of aan de weg met behulp van een technisch hulpmiddel de gegevens van een motorrijtuig, vast te leggen en te verwerken. De volgende gegevens worden vastgelegd: het kenteken, de locatie, de datum en het tijdstip van vastlegging, de beeldopname van het motorrijtuig en de benodigde informatie uit de boordapparatuur. De toezichthouder verwerkt deze gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
3. De aanwezigheid van een technisch hulpmiddel wordt op duidelijke wijze kenbaar gemaakt.
4. Ten behoeve van het op automatische wijze vaststellen van overtredingen, is de toezichthouder bevoegd:
a. de door Onze Minister verzamelde gegevens te verwerken, waaronder: 1°. de gegevens, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder b, Wet implementatie EETS-richtlijn;
2°. de gegevens over de dienstverleningsovereenkomst en de melding, bedoeld in artikel 9, eerste lid;
3°. de gevallen, bedoeld in artikel 4, vierde lid;
4°. de informatie over ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in artikel 3;
1°. de gegevens, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder b, Wet implementatie EETS-richtlijn;
2°. de gegevens over de dienstverleningsovereenkomst en de melding, bedoeld in artikel 9, eerste lid;
3°. de gevallen, bedoeld in artikel 4, vierde lid;
4°. de informatie over ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in artikel 3;
b. de vastgelegde gegevens te verwerken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inzet en het kenbaar maken van het gebruik van een technisch hulpmiddel en het aanwijzen van de benodigde informatie uit de boordapparatuur, bedoeld in het tweede lid, en de wijze waarop de vastgelegde gegevens worden verwerkt.
6. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
2. De toezichthouder is bevoegd op of aan de weg met behulp van een technisch hulpmiddel de gegevens van een motorrijtuig, vast te leggen en te verwerken. De volgende gegevens worden vastgelegd: het kenteken, de locatie, de datum en het tijdstip van vastlegging, de beeldopname van het motorrijtuig en de benodigde informatie uit de boordapparatuur. De toezichthouder verwerkt deze gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
3. De aanwezigheid van een technisch hulpmiddel wordt op duidelijke wijze kenbaar gemaakt.
4. Ten behoeve van het op automatische wijze vaststellen van overtredingen, is de toezichthouder bevoegd:
a. de door Onze Minister verzamelde gegevens te verwerken, waaronder: 1°. de gegevens, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder b, Wet implementatie EETS-richtlijn;
2°. de gegevens over de dienstverleningsovereenkomst en de melding, bedoeld in artikel 9, eerste lid;
3°. de gevallen, bedoeld in artikel 4, vierde lid;
4°. de informatie over ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in artikel 3;
1°. de gegevens, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder b, Wet implementatie EETS-richtlijn;
2°. de gegevens over de dienstverleningsovereenkomst en de melding, bedoeld in artikel 9, eerste lid;
3°. de gevallen, bedoeld in artikel 4, vierde lid;
4°. de informatie over ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in artikel 3;
b. de vastgelegde gegevens te verwerken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inzet en het kenbaar maken van het gebruik van een technisch hulpmiddel en het aanwijzen van de benodigde informatie uit de boordapparatuur, bedoeld in het tweede lid, en de wijze waarop de vastgelegde gegevens worden verwerkt.
6. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.