BWBR0046986
Geldig vanaf 2022-10-01
Artikel 5
Beleidsregel vergoeding meerkosten aardbevingsbestendig bouwen Groningen 2022
1. De hoogte van de vergoeding, bedoelt in artikel 3, eerste lid, bedraagt voor een grondgebonden woning, niet zijnde een gebouw dat op basis van de NPR 9998 valt in de gevolgklasse CC2, CC3, CC4 of CC1a of een constructief zelfstandige uitbouw of aanbouw van een bestaand gebouw, indien de aardbevingsbelasting van het gebouw hoger is dan de windbelasting, voor:
a. het ontwerpen van het gebouw, het bedrag dat is berekend op grond van de volgende formule:
b. n = het aantal woningen waarop de aanvraag betrekking heeft; en
c. het treffen van maatregelen voor zover deze noodzakelijk zijn om te voldoen aan de NPR 9998 voor: I. een rijwoning: € 6.339;
II. een twee-onder-een-kap grondgebonden woning: € 8.436; en
III. een vrijstaande grondgebonden woning: € 10.064.
I. een rijwoning: € 6.339;
II. een twee-onder-een-kap grondgebonden woning: € 8.436; en
III. een vrijstaande grondgebonden woning: € 10.064.
2. De hoogte van de vergoeding, bedoelt in artikel 3, eerste lid, bedraagt voor een gebouw dat op basis van de NPR 9998 valt in de gevolgklasse CC2, CC3 of CC4, indien de aardbevingsbelasting van het gebouw hoger is dan de windbelasting, voor het ontwerp en het treffen van maatregelen voor zover deze noodzakelijk zijn om te voldoen aan de NPR 9998: € 61 per vierkante meter bruto vloeroppervlak.
3. De hoogte van de vergoeding, bedoelt in artikel 3, eerste lid, bedraagt voor een gebouw dat op basis van de NPR 9998 valt in de gevolgklasse CC1a of een constructief zelfstandige uitbouw of aanbouw van een bestaand gebouw is, indien de aardbevingsbelasting van het gebouw hoger is dan de windbelasting, voor:
a. het ontwerp: € 1.724; en
b. het treffen van maatregelen voor zover deze noodzakelijk zijn om te voldoen aan de NPR 9998: de daadwerkelijke kosten van de maatregelen.
a. het ontwerpen van het gebouw, het bedrag dat is berekend op grond van de volgende formule:
b. n = het aantal woningen waarop de aanvraag betrekking heeft; en
c. het treffen van maatregelen voor zover deze noodzakelijk zijn om te voldoen aan de NPR 9998 voor: I. een rijwoning: € 6.339;
II. een twee-onder-een-kap grondgebonden woning: € 8.436; en
III. een vrijstaande grondgebonden woning: € 10.064.
I. een rijwoning: € 6.339;
II. een twee-onder-een-kap grondgebonden woning: € 8.436; en
III. een vrijstaande grondgebonden woning: € 10.064.
2. De hoogte van de vergoeding, bedoelt in artikel 3, eerste lid, bedraagt voor een gebouw dat op basis van de NPR 9998 valt in de gevolgklasse CC2, CC3 of CC4, indien de aardbevingsbelasting van het gebouw hoger is dan de windbelasting, voor het ontwerp en het treffen van maatregelen voor zover deze noodzakelijk zijn om te voldoen aan de NPR 9998: € 61 per vierkante meter bruto vloeroppervlak.
3. De hoogte van de vergoeding, bedoelt in artikel 3, eerste lid, bedraagt voor een gebouw dat op basis van de NPR 9998 valt in de gevolgklasse CC1a of een constructief zelfstandige uitbouw of aanbouw van een bestaand gebouw is, indien de aardbevingsbelasting van het gebouw hoger is dan de windbelasting, voor:
a. het ontwerp: € 1.724; en
b. het treffen van maatregelen voor zover deze noodzakelijk zijn om te voldoen aan de NPR 9998: de daadwerkelijke kosten van de maatregelen.