BWBR0046959
Geldig vanaf 23-07-2022
Artikel 4
M&V-besluit Ambtelijke organisatie Eerste Kamer der Staten-Generaal
1. De Griffier verleent aan de directeuren mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit en andere (tijdelijke) besluiten van de Griffier, hebben het mandaat, de machtiging en de volmacht van de directeur Inhoud in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende medewerkers;
b. het beheer van archiefbescheiden van de onder de directeur Inhoud ressorterende organisatieonderdelen;
c. het uitoefenen van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van onder de directeur Inhoud ressorterende medewerkers;
d. het beheer van het openbare reizen- en geschenkenregister;
e. het – met inachtneming van artikel 7 – besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder e die verband houden met het werkterrein van de directeur.
3. Onverminderd het bepaalde in dit besluit en andere besluiten van de Griffier, hebben het mandaat, de machtiging en de volmacht van de directeur Organisatie in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende medewerkers;
b. het beheer van archiefbescheiden van de onder de directeur Organisatie ressorterende organisatieonderdelen;
c. het uitoefenen van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van onder de directeur Organisatie ressorterende medewerkers;
d. het voorbereiden van besluitvorming over het organisatie- en personeelsbeleid en de uitvoering daarvan;
e. het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering, waaronder het voorbereiden en uitvoeren van het inkoopbeleid;
f. aangelegenheden ten aanzien van huisvesting en beveiliging, facilitaire zaken en dienstverlening;
g. ICT, informatievoorziening en informatiebeheer, waaronder de bescherming en beveiliging van informatie en persoonsgegevens;
h. aangelegenheden ten aanzien van de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
i. protocollaire aangelegenheden, waaronder contacten van de Voorzitter, Ondervoorzitters, Leden en Griffier met binnen- en buitenlandse gasten en relaties;
j. het – met inachtneming van artikel 7 – besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder e die verband houden met het werkterrein van de directeur.
4. De directeuren kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verlenen tot het uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, met uitzondering van rechtspositionele bevoegdheden. Het verlenen van een algemeen mandaat, volmacht en machtiging behoeft de goedkeuring van de Griffier.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit en andere (tijdelijke) besluiten van de Griffier, hebben het mandaat, de machtiging en de volmacht van de directeur Inhoud in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende medewerkers;
b. het beheer van archiefbescheiden van de onder de directeur Inhoud ressorterende organisatieonderdelen;
c. het uitoefenen van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van onder de directeur Inhoud ressorterende medewerkers;
d. het beheer van het openbare reizen- en geschenkenregister;
e. het – met inachtneming van artikel 7 – besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder e die verband houden met het werkterrein van de directeur.
3. Onverminderd het bepaalde in dit besluit en andere besluiten van de Griffier, hebben het mandaat, de machtiging en de volmacht van de directeur Organisatie in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende medewerkers;
b. het beheer van archiefbescheiden van de onder de directeur Organisatie ressorterende organisatieonderdelen;
c. het uitoefenen van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van onder de directeur Organisatie ressorterende medewerkers;
d. het voorbereiden van besluitvorming over het organisatie- en personeelsbeleid en de uitvoering daarvan;
e. het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering, waaronder het voorbereiden en uitvoeren van het inkoopbeleid;
f. aangelegenheden ten aanzien van huisvesting en beveiliging, facilitaire zaken en dienstverlening;
g. ICT, informatievoorziening en informatiebeheer, waaronder de bescherming en beveiliging van informatie en persoonsgegevens;
h. aangelegenheden ten aanzien van de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
i. protocollaire aangelegenheden, waaronder contacten van de Voorzitter, Ondervoorzitters, Leden en Griffier met binnen- en buitenlandse gasten en relaties;
j. het – met inachtneming van artikel 7 – besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder e die verband houden met het werkterrein van de directeur.
4. De directeuren kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verlenen tot het uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, met uitzondering van rechtspositionele bevoegdheden. Het verlenen van een algemeen mandaat, volmacht en machtiging behoeft de goedkeuring van de Griffier.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046959
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl