BWBR0046883
Geldig vanaf 2022-07-16
Artikel 6
Tijdelijke regeling EU-bemestingsproducten
1. De minister kan op aanvraag een instantie aanmelden als conformiteitsbeoordelingsinstantie.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de in artikel 27, tweede lid, van de meststoffenverordening 2019/1009opgenomen bescheiden.
3. De aanvraag wordt gedaan via een door de minister beschikbaar gesteld middel.
4. De minister wijst een aanvraag af, indien:
a. de reikwijdte van de aanvraag niet in overeenstemming is met de reikwijdte van het overeenkomstig artikel 5, tweede lid, verleende accreditatiecertificaat;
b. de instantie naar het oordeel van de minister niet voldoet aan de in artikel 24 van de meststoffenverordening 2019/1009 opgenomen eisen; of
c. ingeval van beoogde uitbesteding als bedoeld in artikel 26 van de meststoffenverordening 2019/1009, de instantie naar het oordeel van de minister niet aan de volgens dat artikel vereiste waarborgen en verantwoordelijkheid kan voldoen.
5. Een aanmelding als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister beperkt, geschorst of ingetrokken:
a. op verzoek van de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsinstantie;
b. indien de desbetreffende accreditatie van de conformiteitsbeoordelingsinstantie is geschorst;
c. indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie naar het oordeel van de minister niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 24 van de meststoffenverordening 2019/1009 of, indien aan de orde, aan de eisen van artikel 26 van de meststoffenverordening 2019/1009; of
d. indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie naar het oordeel van de minister een of meer verplichtingen, opgenomen in de artikelen 32 en 34 van de meststoffenverordening 2019/1009, niet nakomt.
6. Onverminderd artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtwordt het besluit tot aanmelding door de minister in de Staatscourant bekendgemaakt onder vermelding van het in artikel 28, vierde lid, van de meststoffenverordening 2019/1009opgenomen voorbehoud.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de in artikel 27, tweede lid, van de meststoffenverordening 2019/1009opgenomen bescheiden.
3. De aanvraag wordt gedaan via een door de minister beschikbaar gesteld middel.
4. De minister wijst een aanvraag af, indien:
a. de reikwijdte van de aanvraag niet in overeenstemming is met de reikwijdte van het overeenkomstig artikel 5, tweede lid, verleende accreditatiecertificaat;
b. de instantie naar het oordeel van de minister niet voldoet aan de in artikel 24 van de meststoffenverordening 2019/1009 opgenomen eisen; of
c. ingeval van beoogde uitbesteding als bedoeld in artikel 26 van de meststoffenverordening 2019/1009, de instantie naar het oordeel van de minister niet aan de volgens dat artikel vereiste waarborgen en verantwoordelijkheid kan voldoen.
5. Een aanmelding als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister beperkt, geschorst of ingetrokken:
a. op verzoek van de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsinstantie;
b. indien de desbetreffende accreditatie van de conformiteitsbeoordelingsinstantie is geschorst;
c. indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie naar het oordeel van de minister niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 24 van de meststoffenverordening 2019/1009 of, indien aan de orde, aan de eisen van artikel 26 van de meststoffenverordening 2019/1009; of
d. indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie naar het oordeel van de minister een of meer verplichtingen, opgenomen in de artikelen 32 en 34 van de meststoffenverordening 2019/1009, niet nakomt.
6. Onverminderd artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtwordt het besluit tot aanmelding door de minister in de Staatscourant bekendgemaakt onder vermelding van het in artikel 28, vierde lid, van de meststoffenverordening 2019/1009opgenomen voorbehoud.