BWBR0046831
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 8
Maatwerkregeling ventilatie op scholen
1. In afwijking van artikel 7bedraagt het subsidiebedrag 60 procent van de totale kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, indien uit de door de stichting verstrekte urgentieverklaring op basis van een CO 2- en binnentemperatuurmeting blijkt dat urgentie geboden is.
2. De meting, bedoeld in het eerste lid, wordt na instructie door de stichting door het bevoegd gezag uitgevoerd en voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de meting heeft in ten minste twee representatieve lokalen plaats;
b. de meting wordt gedurende twee weken continu uitgevoerd;
c. de CO2-meters worden geplaatst op een minimale hoogte van 120 centimeter en een maximale hoogte van 150 centimeter, met een minimale afstand van 200 centimeter van deuren en te openen ramen en een minimale afstand van 70 centimeter tot personen;
d. de meting wordt uitgevoerd bij regulier gebruik met een reguliere bezetting;
e. de meting is een gezekerde CO2- en binnentemperatuurmeting met monitoringsfunctie;
f. de meting heeft plaats gedurende een gemiddeld weerbeeld;
g. er wordt door het bevoegd gezag een minilogboek rondom het ventilatiegedrag bijgehouden, verstrekt door de stichting.
3. De resultaten van de meting, bedoeld in het tweede lid, worden via een gestandaardiseerd proces, conform de methode opgenomen in de bijlagebij deze regeling geanalyseerd.
2. De meting, bedoeld in het eerste lid, wordt na instructie door de stichting door het bevoegd gezag uitgevoerd en voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de meting heeft in ten minste twee representatieve lokalen plaats;
b. de meting wordt gedurende twee weken continu uitgevoerd;
c. de CO2-meters worden geplaatst op een minimale hoogte van 120 centimeter en een maximale hoogte van 150 centimeter, met een minimale afstand van 200 centimeter van deuren en te openen ramen en een minimale afstand van 70 centimeter tot personen;
d. de meting wordt uitgevoerd bij regulier gebruik met een reguliere bezetting;
e. de meting is een gezekerde CO2- en binnentemperatuurmeting met monitoringsfunctie;
f. de meting heeft plaats gedurende een gemiddeld weerbeeld;
g. er wordt door het bevoegd gezag een minilogboek rondom het ventilatiegedrag bijgehouden, verstrekt door de stichting.
3. De resultaten van de meting, bedoeld in het tweede lid, worden via een gestandaardiseerd proces, conform de methode opgenomen in de bijlagebij deze regeling geanalyseerd.