BWBR0046660
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 11
Kaderbesluit overige JenV-subsidies
1. Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.
2. Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:
a. door de toepassing van een de-minimisverordening, een bedrag aan de-minimissteun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van die verordening;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn of de in de aanvraag genoemde termijn kunnen worden voltooid;
d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;
h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.
2. Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:
a. door de toepassing van een de-minimisverordening, een bedrag aan de-minimissteun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van die verordening;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn of de in de aanvraag genoemde termijn kunnen worden voltooid;
d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;
h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.