BWBR0046651
Geldig vanaf 2022-05-23
Artikel 3
Instellingsbesluit Adviespanel beoordeling aanvragen Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
1. Het adviespanel is belast met het beoordelen van de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 9 van de regeling, en de verzoeken tot een preadvies, bedoeld in artikel 11a van de regeling.
2. Het adviespanel brengt per aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 6 van de regeling, en, indien van toepassing, per tranche, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de regelingeen advies uit aan de Minister over de subsidieaanvragen. Dit advies bevat:
a. voor iedere aanvraag een beoordeling per criterium, met toekenning van ten minste één en ten hoogste tien punten per criterium;
b. een voorstel voor de rangschikking van de voldoende beoordeelde aanvragen, bedoeld in artikel 11, tweede tot en met vijfde lid, van de regeling;
c. of er naar het oordeel van het adviespanel sprake is van aanvragen die vergelijkbaar zijn met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte kennisbijdrage, als bedoeld in artikel 15, onderdeel e, van de regeling; en
d. een deugdelijke motivering per beoordeling.
3. Het adviespanel brengt per aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 11a, vijfde lid, van de regelingeen advies uit aan de Minister over de verzoeken tot een preadvies. Dit preadvies bevat voor ieder verzoek:
a. de sterke punten en verbetermogelijkheden met betrekking tot de beoordelingscriteria;
b. een deugdelijke motivering per beoordeling.
2. Het adviespanel brengt per aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 6 van de regeling, en, indien van toepassing, per tranche, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de regelingeen advies uit aan de Minister over de subsidieaanvragen. Dit advies bevat:
a. voor iedere aanvraag een beoordeling per criterium, met toekenning van ten minste één en ten hoogste tien punten per criterium;
b. een voorstel voor de rangschikking van de voldoende beoordeelde aanvragen, bedoeld in artikel 11, tweede tot en met vijfde lid, van de regeling;
c. of er naar het oordeel van het adviespanel sprake is van aanvragen die vergelijkbaar zijn met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte kennisbijdrage, als bedoeld in artikel 15, onderdeel e, van de regeling; en
d. een deugdelijke motivering per beoordeling.
3. Het adviespanel brengt per aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 11a, vijfde lid, van de regelingeen advies uit aan de Minister over de verzoeken tot een preadvies. Dit preadvies bevat voor ieder verzoek:
a. de sterke punten en verbetermogelijkheden met betrekking tot de beoordelingscriteria;
b. een deugdelijke motivering per beoordeling.