BWBR0046602
Geldig vanaf 2022-08-29
Artikel 8
Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022
1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer historische spoedopgaven.
2. Een historische spoedopgave betreft een historische spoedopgave als bedoeld in de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswetin werking is getreden en betreft de start, voortzetting, afbouw of afronding door het bevoegd gezag van de aanpak van historische spoedsaneringen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond, bestaande uit:
a. de aanpak van de individuele historische spoedlocaties die zijn opgenomen in de eindrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties, gepubliceerd op de website van Bodemplus, alsmede van historische spoedlocaties waarvoor uiterlijk op 30 april 2022 een onherroepelijke beschikking tot spoedige sanering als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden is genomen;
b. gebiedsgericht grondwaterbeheer in gebieden conform het beheer zoals dat uiterlijk op 30 april 2022 is vastgesteld door het bevoegd gezag;
c. nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen, van gesaneerde locaties dan wel de afbouw daarvan; of
d. de aanpak van de waterbodems die zijn opgenomen in de monitoringsrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ondergrond over het jaar 2020, gepubliceerd op de website van Bodemplus.
3. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal het bedrag aangegeven in bijlage 1bij deze regeling voor het daarbij genoemde bevoegd gezag.
2. Een historische spoedopgave betreft een historische spoedopgave als bedoeld in de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswetin werking is getreden en betreft de start, voortzetting, afbouw of afronding door het bevoegd gezag van de aanpak van historische spoedsaneringen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond, bestaande uit:
a. de aanpak van de individuele historische spoedlocaties die zijn opgenomen in de eindrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties, gepubliceerd op de website van Bodemplus, alsmede van historische spoedlocaties waarvoor uiterlijk op 30 april 2022 een onherroepelijke beschikking tot spoedige sanering als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden is genomen;
b. gebiedsgericht grondwaterbeheer in gebieden conform het beheer zoals dat uiterlijk op 30 april 2022 is vastgesteld door het bevoegd gezag;
c. nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen, van gesaneerde locaties dan wel de afbouw daarvan; of
d. de aanpak van de waterbodems die zijn opgenomen in de monitoringsrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ondergrond over het jaar 2020, gepubliceerd op de website van Bodemplus.
3. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal het bedrag aangegeven in bijlage 1bij deze regeling voor het daarbij genoemde bevoegd gezag.