BWBR0046555
Geldig vanaf 13-04-2022
Artikel 4
Beleidsregels levensgedragtoets
De raad van bestuur stelt vast of een aanvrager, vergunninghouder, bedrijfsleider of beheerder van een exploitatie in enig opzicht van slecht levensgedrag is, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, en artikel 7 van het besluit, op basis van:
1. feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat de aanvrager, vergunninghouder, bedrijfsleider of beheerder betrokken was bij een of meer antecedenten;
2. het tijdsverloop tussen en na de antecedenten;
3. de ernst en het aantal van de antecedenten;
4. de relatie van de antecedenten met de vergunning en functie.
1. feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat de aanvrager, vergunninghouder, bedrijfsleider of beheerder betrokken was bij een of meer antecedenten;
2. het tijdsverloop tussen en na de antecedenten;
3. de ernst en het aantal van de antecedenten;
4. de relatie van de antecedenten met de vergunning en functie.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046555
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl