BWBR0046531
Geldig vanaf 2022-04-09
Artikel 13
Regeling specifieke uitkeringen oplossen fijnstofknelpunten rondom veehouderijen
1. De ontvanger draagt er zorg voor dat:
a. het fijnstofknelpunt waarmee de kosten gemoeid zijn waarvoor een specifieke uitkering wordt gevraagd, vóór 1 januari 2024 is opgelost; en
b. wanneer zich de situatie voordoet dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van de specifieke uitkering, zij dit onverwijld en schriftelijk meldt bij de minister.
2. Wanneer een specifieke uitkering is verleend voor het betalen van nadeelcompensatie verzendt de ontvanger besluit 2 binnen twee weken nadat dit onherroepelijk is geworden aan de minister.
3. Wanneer een specifieke uitkering is verleend voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning
a. draagt de ontvanger er zorg voor dat: 1°. de woning daadwerkelijk wordt aangekocht en er een eigendomsoverdracht plaatsvindt aan de gemeente;
2°. de woonbestemming van het perceel waarop de woning is gelegen binnen twee jaar nadat de specifieke uitkering is verleend uit het bestemmingsplan wordt verwijderd en deze wijziging van het bestemmingplan binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijziging aan de minister wordt verzonden; en
3°. aan het perceel een bestemming wordt gegeven waarvoor de fijnstofnormen niet gelden; en
1°. de woning daadwerkelijk wordt aangekocht en er een eigendomsoverdracht plaatsvindt aan de gemeente;
2°. de woonbestemming van het perceel waarop de woning is gelegen binnen twee jaar nadat de specifieke uitkering is verleend uit het bestemmingsplan wordt verwijderd en deze wijziging van het bestemmingplan binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijziging aan de minister wordt verzonden; en
3°. aan het perceel een bestemming wordt gegeven waarvoor de fijnstofnormen niet gelden; en
b. overlegt de ontvanger aan de minister een opgave van de kosten, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder b, sub 2 en 5, en, voor zover van toepassing, sub 3, en bijbehorende facturen nadat vaststaat hoe hoog deze kosten zijn.
a. het fijnstofknelpunt waarmee de kosten gemoeid zijn waarvoor een specifieke uitkering wordt gevraagd, vóór 1 januari 2024 is opgelost; en
b. wanneer zich de situatie voordoet dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van de specifieke uitkering, zij dit onverwijld en schriftelijk meldt bij de minister.
2. Wanneer een specifieke uitkering is verleend voor het betalen van nadeelcompensatie verzendt de ontvanger besluit 2 binnen twee weken nadat dit onherroepelijk is geworden aan de minister.
3. Wanneer een specifieke uitkering is verleend voor kosten gemaakt voor de aankoop van een woning
a. draagt de ontvanger er zorg voor dat: 1°. de woning daadwerkelijk wordt aangekocht en er een eigendomsoverdracht plaatsvindt aan de gemeente;
2°. de woonbestemming van het perceel waarop de woning is gelegen binnen twee jaar nadat de specifieke uitkering is verleend uit het bestemmingsplan wordt verwijderd en deze wijziging van het bestemmingplan binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijziging aan de minister wordt verzonden; en
3°. aan het perceel een bestemming wordt gegeven waarvoor de fijnstofnormen niet gelden; en
1°. de woning daadwerkelijk wordt aangekocht en er een eigendomsoverdracht plaatsvindt aan de gemeente;
2°. de woonbestemming van het perceel waarop de woning is gelegen binnen twee jaar nadat de specifieke uitkering is verleend uit het bestemmingsplan wordt verwijderd en deze wijziging van het bestemmingplan binnen twee weken na inwerkingtreding van de wijziging aan de minister wordt verzonden; en
3°. aan het perceel een bestemming wordt gegeven waarvoor de fijnstofnormen niet gelden; en
b. overlegt de ontvanger aan de minister een opgave van de kosten, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder b, sub 2 en 5, en, voor zover van toepassing, sub 3, en bijbehorende facturen nadat vaststaat hoe hoog deze kosten zijn.