BWBR0046502
Geldig vanaf 18-02-2026
Artikel 2b
Uitvoeringsregeling cyberbeveiligingsverordening
1. Een ITSEF dient een aanvraag voor autorisatie, bedoeld in artikel 22 van uitvoeringsverordening (EU) 2024/482, elektronisch in bij Onze Minister, met gebruikmaking van een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel, tenzij technische belemmeringen aan de zijde van Onze Minister dit tijdelijk onmogelijk maken.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid omvat:
a. informatie over de aanvrager, genoemd in punt 3 van de bijlage bij uitvoeringsverordening (EU) 2024/3143;
b. een bewijsstuk, dan wel bewijsstukken, waaruit blijkt dat de ITSEF die de autorisatie aanvraagt, voldoet aan de vereisten van artikel 60, eerste lid, en van de bijlage bij de cyberbeveiligingsverordening, en
c. een bewijsstuk, dan wel bewijsstukken, waaruit blijkt dat de certificeringsinstantie die autorisatie aanvraagt, voldoet aan de vereisten van artikel 22, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2024/482.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid omvat:
a. informatie over de aanvrager, genoemd in punt 3 van de bijlage bij uitvoeringsverordening (EU) 2024/3143;
b. een bewijsstuk, dan wel bewijsstukken, waaruit blijkt dat de ITSEF die de autorisatie aanvraagt, voldoet aan de vereisten van artikel 60, eerste lid, en van de bijlage bij de cyberbeveiligingsverordening, en
c. een bewijsstuk, dan wel bewijsstukken, waaruit blijkt dat de certificeringsinstantie die autorisatie aanvraagt, voldoet aan de vereisten van artikel 22, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2024/482.
- Citeren als
- Art. 2b
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046502
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl