BWBR0046501
Geldig vanaf 01-04-2022
Artikel 21
Algemene subsidiebepalingen ZonMw
1. Onverminderd het bepaalde in de subsidiebepalingen kan ZonMw eigendom claimen van de resultaten die in aanmerking komen voor exploitatie, mits de specifieke doelstellingen van een subsidie-instrument dit vereisen en in de programmatekst de in dat geval voorgestane wijze van verdeling van octrooirechten en, waar relevant, de exploitatiewijze is aangegeven onder vermelding van de daarbij behorende randvoorwaarden. In een dergelijk geval worden, voorafgaand aan de uitvoering van het desbetreffende project, bij de subsidieverlening concrete afspraken vastgelegd in een schriftelijke (uitvoerings)overeenkomst als bedoeld in art. 4:36, lid 1, Awb. Dit gebeurt tussen de organisaties waar het project wordt uitgevoerd en ZonMw.
2. In geval het project geheel in het buitenland wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een in dat buitenland gevestigde kennisinstelling, mag deze kennisinstelling de in dit land toepasselijke octrooiwetgeving toepassen, mits deze octrooiwetgeving in vergelijking met de Nederlandse octrooiwetgeving niet ten nadele werkt van de betrokken Nederlandse partij(en) en/of de resultaten.
3. Een dergelijke overeenkomst is doorgaans maatwerk. De partijen bij deze overeenkomst dienen hierin alle nodige afspraken te maken over de voor de uitvoering van het project en de utilisatie van de resultaten relevante achtergrondkennis, waarover niet alle partijen vrijelijk kunnen beschikken. Indien sprake is van publiek private samenwerking, dient deze overeenkomst bovendien afspraken te bevatten over de gevolgen van tussentijdse stopzetting van het project.
4. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat werknemers of anderen die exploitatierechten kunnen claimen op de resultaten, deze rechten overdragen aan degene(n) aan wie (volgens het bovenstaande) de resultaten toekomen.
2. In geval het project geheel in het buitenland wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een in dat buitenland gevestigde kennisinstelling, mag deze kennisinstelling de in dit land toepasselijke octrooiwetgeving toepassen, mits deze octrooiwetgeving in vergelijking met de Nederlandse octrooiwetgeving niet ten nadele werkt van de betrokken Nederlandse partij(en) en/of de resultaten.
3. Een dergelijke overeenkomst is doorgaans maatwerk. De partijen bij deze overeenkomst dienen hierin alle nodige afspraken te maken over de voor de uitvoering van het project en de utilisatie van de resultaten relevante achtergrondkennis, waarover niet alle partijen vrijelijk kunnen beschikken. Indien sprake is van publiek private samenwerking, dient deze overeenkomst bovendien afspraken te bevatten over de gevolgen van tussentijdse stopzetting van het project.
4. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat werknemers of anderen die exploitatierechten kunnen claimen op de resultaten, deze rechten overdragen aan degene(n) aan wie (volgens het bovenstaande) de resultaten toekomen.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046501
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl