BWBR0046483
Geldig vanaf 01-04-2022
Artikel 6
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit 2022
1. Aan de hoofden van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met g, genoemde afdelingen wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige (voorbereidings)handelingen die tot de taken van hun afdeling behoren.
2. Aan de hoofden van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met g, genoemde afdelingen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige (voorbereidings)handelingen voor zover deze tot de taken van de afdeling behoren of samenhangen met deze taken en verband houden met:
a. titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
b. het actief openbaar maken van besluiten en andere documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet open overheid; of
c. de uitoefening van publicatiebevoegdheden op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
3. Aan de hoofden van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met g, genoemde afdelingen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van de hiernavolgende handelingen op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming voor zover deze handelingen tot de taken van de afdeling behoren of samenhangen met deze taken:
a. de vereiste informatieverstrekking aan de betrokkene als bedoeld in artikel 13 en 14 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
b. het aangaan van een overeenkomst met een verwerker als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
c. de mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene als bedoeld in artikel 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
d. het buiten toepassing laten van de bepalingen opgenomen in artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het betreft de artikelen 13, 14 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
4. De afdelingshoofden kunnen met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 4, hun volmacht en machtiging doorgeven aan de onder hen ressorterende medewerkers.
2. Aan de hoofden van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met g, genoemde afdelingen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige (voorbereidings)handelingen voor zover deze tot de taken van de afdeling behoren of samenhangen met deze taken en verband houden met:
a. titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
b. het actief openbaar maken van besluiten en andere documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet open overheid; of
c. de uitoefening van publicatiebevoegdheden op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
3. Aan de hoofden van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met g, genoemde afdelingen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van de hiernavolgende handelingen op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming voor zover deze handelingen tot de taken van de afdeling behoren of samenhangen met deze taken:
a. de vereiste informatieverstrekking aan de betrokkene als bedoeld in artikel 13 en 14 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
b. het aangaan van een overeenkomst met een verwerker als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
c. de mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene als bedoeld in artikel 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
d. het buiten toepassing laten van de bepalingen opgenomen in artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover het betreft de artikelen 13, 14 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
4. De afdelingshoofden kunnen met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 4, hun volmacht en machtiging doorgeven aan de onder hen ressorterende medewerkers.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046483
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl