BWBR0046462
Geldig vanaf 2022-03-24
Artikel 5
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor kredietbanken van de directeur-generaal ketenregie 2022
1. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht.
2. Eenieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies, bedoeld in artikel 10:6 Awb, van de directeur-generaal ketenregie.
3. De directeur-generaal ketenregie zorgt ervoor dat de gemandateerden over de informatie beschikken die noodzakelijk is voor een correcte uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. De gemandateerde zorgt ervoor dat de personen aan wie hij ondermandaat verleent eveneens beschikken over de informatie bedoeld in de eerste volzin.
4. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Awb.
2. Eenieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies, bedoeld in artikel 10:6 Awb, van de directeur-generaal ketenregie.
3. De directeur-generaal ketenregie zorgt ervoor dat de gemandateerden over de informatie beschikken die noodzakelijk is voor een correcte uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. De gemandateerde zorgt ervoor dat de personen aan wie hij ondermandaat verleent eveneens beschikken over de informatie bedoeld in de eerste volzin.
4. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Awb.