BWBR0046447
Geldig vanaf 2022-03-23
Artikel 4
Beleidsregel ontheffing vergunningsplicht IJsselmeer voor cultuurhistorische visserij
1. De minister beslist binnen acht weken op de aanvraag.
2. De minister verleent uitsluitend een ontheffing cultuurhistorische visserij, indien:
a. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3;
b. naar oordeel van de minister uit de omschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, voldoende blijkt dat er sprake is van cultuurhistorische visserij; en
c. er voldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager zich zal houden aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
3. De minister verleent ten hoogste één ontheffing cultuurhistorische visserij per aanvrager. De ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend voor één jaar en is niet overdraagbaar.
4. De minister verbindt aan een ontheffing cultuurhistorische visserij voorwaarden betreffende:
a. het traditionele vaartuig of de traditionele vaartuigen waarvoor de ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend;
b. de omvang van de ontheffing cultuurhistorische visserij, waaronder: 1°. type vistuig of de typen vistuig en aantal nachten dat daarmee gevist mag worden;
2°. de dagen waarop gevist mag worden; en
3°. het gebied waarin gevist mag worden;
1°. type vistuig of de typen vistuig en aantal nachten dat daarmee gevist mag worden;
2°. de dagen waarop gevist mag worden; en
3°. het gebied waarin gevist mag worden;
c. registratie van de gegevens, bedoeld in de artikelen 7 en 10b van de Uitvoeringsregeling visserij, en het op verzoek van de minister doen van opgave daarvan;
d. de bevestiging van jonen aan het staand net; en
e. de bevestiging van merkjes aan de vistuigen.
5. De minister kan ter bescherming van visbestanden aanvullende voorwaarden verbinden aan de ontheffing cultuurhistorische visserij.
2. De minister verleent uitsluitend een ontheffing cultuurhistorische visserij, indien:
a. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3;
b. naar oordeel van de minister uit de omschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, voldoende blijkt dat er sprake is van cultuurhistorische visserij; en
c. er voldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager zich zal houden aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
3. De minister verleent ten hoogste één ontheffing cultuurhistorische visserij per aanvrager. De ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend voor één jaar en is niet overdraagbaar.
4. De minister verbindt aan een ontheffing cultuurhistorische visserij voorwaarden betreffende:
a. het traditionele vaartuig of de traditionele vaartuigen waarvoor de ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend;
b. de omvang van de ontheffing cultuurhistorische visserij, waaronder: 1°. type vistuig of de typen vistuig en aantal nachten dat daarmee gevist mag worden;
2°. de dagen waarop gevist mag worden; en
3°. het gebied waarin gevist mag worden;
1°. type vistuig of de typen vistuig en aantal nachten dat daarmee gevist mag worden;
2°. de dagen waarop gevist mag worden; en
3°. het gebied waarin gevist mag worden;
c. registratie van de gegevens, bedoeld in de artikelen 7 en 10b van de Uitvoeringsregeling visserij, en het op verzoek van de minister doen van opgave daarvan;
d. de bevestiging van jonen aan het staand net; en
e. de bevestiging van merkjes aan de vistuigen.
5. De minister kan ter bescherming van visbestanden aanvullende voorwaarden verbinden aan de ontheffing cultuurhistorische visserij.