BWBR0046410
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 6
OHBA-regeling 2022
1. Het aantal vierkante meters waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag, een verlenging of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
M = 200 + (Lt * J)
Waarbij:
M staat voor het aantal vierkante meters;
Lt staat voor het totale leerlingaantal, bedoeld in artikel 5;
J staat voor ruimtebehoefte per asielleerling bedoeld in bijlage I.
2. Het aantal extra vierkante meters waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
N = Lu * J
Waarbij:
N staat voor het aantal extra vierkante meters;
Lu staat voor het extra leerlingaantal, bedoeld in artikel 5;
J staat voor ruimtebehoefte per asielleerling bedoeld in bijlage I.
3. De waarde van het schoolgebouw waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag, een verlenging of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
O = P + (Q * M)
Waarbij:
O staat voor de waarde van het schoolgebouw;
P staat voor het vaste normbedrag voor het schoolgebouw;
Q staat voor het variabele normbedrag voor het schoolgebouw;
M staat voor het aantal vierkante meters, bedoeld in het eerste lid.
4. De waarde van het schoolgebouw waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
R = Q * N
Waarbij:
R staat voor de uitbreidingswaarde van het schoolgebouw;
Q staat voor het variabele normbedrag voor het schoolgebouw;
N staat voor het aantal extra vierkante meters, bedoeld in het tweede lid.
5. De waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
S = T + (U * (M –/– 200))
Waarbij:
S staat voor de waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
T staat voor het vaste normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
U staat voor het variabele normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
M staat voor het aantal vierkante meters, bedoeld in het eerste lid.
6. De waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair, waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
W = U * N
Waarbij:
W staat voor de uitbreidingswaarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
U staat voor het variabele normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
N staat voor het aantal extra vierkante meters, bedoeld in het tweede lid.
7. De looptijd wordt uitgedrukt in jaren, rekenkundig afgerond op twee cijfers achter de komma en met een maximum van vijftien jaar.
M = 200 + (Lt * J)
Waarbij:
M staat voor het aantal vierkante meters;
Lt staat voor het totale leerlingaantal, bedoeld in artikel 5;
J staat voor ruimtebehoefte per asielleerling bedoeld in bijlage I.
2. Het aantal extra vierkante meters waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
N = Lu * J
Waarbij:
N staat voor het aantal extra vierkante meters;
Lu staat voor het extra leerlingaantal, bedoeld in artikel 5;
J staat voor ruimtebehoefte per asielleerling bedoeld in bijlage I.
3. De waarde van het schoolgebouw waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag, een verlenging of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
O = P + (Q * M)
Waarbij:
O staat voor de waarde van het schoolgebouw;
P staat voor het vaste normbedrag voor het schoolgebouw;
Q staat voor het variabele normbedrag voor het schoolgebouw;
M staat voor het aantal vierkante meters, bedoeld in het eerste lid.
4. De waarde van het schoolgebouw waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
R = Q * N
Waarbij:
R staat voor de uitbreidingswaarde van het schoolgebouw;
Q staat voor het variabele normbedrag voor het schoolgebouw;
N staat voor het aantal extra vierkante meters, bedoeld in het tweede lid.
5. De waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
S = T + (U * (M –/– 200))
Waarbij:
S staat voor de waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
T staat voor het vaste normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
U staat voor het variabele normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
M staat voor het aantal vierkante meters, bedoeld in het eerste lid.
6. De waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair, waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:
W = U * N
Waarbij:
W staat voor de uitbreidingswaarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
U staat voor het variabele normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;
N staat voor het aantal extra vierkante meters, bedoeld in het tweede lid.
7. De looptijd wordt uitgedrukt in jaren, rekenkundig afgerond op twee cijfers achter de komma en met een maximum van vijftien jaar.