BWBR0046401
Geldig vanaf 2022-03-15
Artikel 3
Regeling aanvullende bekostiging voor aanpak jeugdwerkloosheid als gevolg van de coronacrisis 2022
1. Voor het kalenderjaar 2022 ontvangt het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs aanvullende bekostiging praktijkonderwijs.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het leerlingenaantal, voor zover het leerlingen in het praktijkonderwijs betreft, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling.
3. Het leerlingenaantal wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6.7, 6.8en 6.9 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020op teldatum 1 oktober 2021.
4. Het bedrag per leerling, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 22,26.
5. Artikel 5.39 van de WVO 2020is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvullende bekostiging praktijkonderwijs zowel kan worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting, als voor personeels- of exploitatiekosten.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het leerlingenaantal, voor zover het leerlingen in het praktijkonderwijs betreft, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling.
3. Het leerlingenaantal wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6.7, 6.8en 6.9 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020op teldatum 1 oktober 2021.
4. Het bedrag per leerling, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 22,26.
5. Artikel 5.39 van de WVO 2020is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvullende bekostiging praktijkonderwijs zowel kan worden aangewend voor voorzieningen in de huisvesting, als voor personeels- of exploitatiekosten.