BWBR0046356
Geldig vanaf 2022-03-02
Artikel 2
Sanctieregeling erkenning Donetsk en Luhansk 2022
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, derde lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263, is de Minister van Financiën.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263, is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, derde lid, artikel 4 bis, tweede lid, artikel 5 bis, tweede lid, en artikel 7 van Verordening (EU) nr. 2022/263, is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, achtste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263is de Minister van Financiën, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 11 bis, derde lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263, zijn:
a. alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de Sanctiewet 1977;
b. alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 2022/263 of de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften;
c. alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met de uitvoering van Verordening (EU) nr. 2022/263; of
d. de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, zevende lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263, is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, derde lid, artikel 4 bis, tweede lid, artikel 5 bis, tweede lid, en artikel 7 van Verordening (EU) nr. 2022/263, is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp of de Minister van Financiën, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, achtste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263is de Minister van Financiën, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Klimaat en Groene Groei of de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 11 bis, derde lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263, zijn:
a. alle bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen bij of krachtens de Sanctiewet 1977;
b. alle toezichthouders en toezichthoudende ambtenaren die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 2022/263 of de bij of krachtens de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften;
c. alle autoriteiten of beheerders van registers die bij of krachtens de Sanctiewet 1977 belast zijn met de uitvoering van Verordening (EU) nr. 2022/263; of
d. de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.