BWBR0046318
Geldig vanaf 2022-02-18
Artikel 5
Instellingsbesluit Interdepartementale Commissie Verkoop Defensiematerieel
1. Namens het lid dat de Staatssecretaris van Defensie vertegenwoordigt, wordt de voorgenomen transactie schriftelijk gemeld aan de voorzitter en aan de overige leden.
2. Hierbij verstrekt dat lid in ieder geval:
– een overzicht van de betreffende strategische zaken en een overzicht van andere transacties die door de leden van de Commissie worden ingebracht;
– informatie over de aard van de strategische zaken en over andere transacties die door de leden in de Commissie worden ingebracht;
– de identiteit, de staat waarin de statutaire zetel gevestigd is, het centrum van voornaamste belangen en de achtergrond van de beoogde wederpartijen en tussenpartijen bij de transactie;
– een overzicht van voor de transactie vereiste toestemmingen en voorwaarden, waaronder kettingbedingen en parlementaire goedkeuringen;
– de wijze van transactie;
– relevante concepten van transactiedocumentatie, indien beschikbaar.
3. De voorzitter agendeert de gemelde transactie voor een schriftelijke ronde of voor een vergadering.
4. De leden geven hun oordeel in een schriftelijke ronde.
5. De Commissie stelt schriftelijk een positief of negatief oordeel vast, waarbij een positief oordeel unanieme instemming van de leden vereist.
6. Nadat de Commissie een negatief oordeel heeft gegeven, kan de transactie opnieuw in de Commissie geagendeerd worden.
7. Indien de voorgenomen transactie, nadat de Commissie een positief oordeel heeft gegeven, significant wijzigt, zal de transactie opnieuw in de Commissie geagendeerd worden.
8. De voorzitter kan zelf, of op verzoek van een lid de Commissie bijeenroepen.
9. De Commissie komt minimaal twee maal per jaar fysiek bijeen voor evaluatie en planning.
10. De Commissie kan, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, haar werkwijze nader regelen.
2. Hierbij verstrekt dat lid in ieder geval:
– een overzicht van de betreffende strategische zaken en een overzicht van andere transacties die door de leden van de Commissie worden ingebracht;
– informatie over de aard van de strategische zaken en over andere transacties die door de leden in de Commissie worden ingebracht;
– de identiteit, de staat waarin de statutaire zetel gevestigd is, het centrum van voornaamste belangen en de achtergrond van de beoogde wederpartijen en tussenpartijen bij de transactie;
– een overzicht van voor de transactie vereiste toestemmingen en voorwaarden, waaronder kettingbedingen en parlementaire goedkeuringen;
– de wijze van transactie;
– relevante concepten van transactiedocumentatie, indien beschikbaar.
3. De voorzitter agendeert de gemelde transactie voor een schriftelijke ronde of voor een vergadering.
4. De leden geven hun oordeel in een schriftelijke ronde.
5. De Commissie stelt schriftelijk een positief of negatief oordeel vast, waarbij een positief oordeel unanieme instemming van de leden vereist.
6. Nadat de Commissie een negatief oordeel heeft gegeven, kan de transactie opnieuw in de Commissie geagendeerd worden.
7. Indien de voorgenomen transactie, nadat de Commissie een positief oordeel heeft gegeven, significant wijzigt, zal de transactie opnieuw in de Commissie geagendeerd worden.
8. De voorzitter kan zelf, of op verzoek van een lid de Commissie bijeenroepen.
9. De Commissie komt minimaal twee maal per jaar fysiek bijeen voor evaluatie en planning.
10. De Commissie kan, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, haar werkwijze nader regelen.