BWBR0046302
Geldig vanaf 2022-02-11
Artikel 10
Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 2022–2028
1. De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve vast en stelt die vast op het bedrag dat is bepaald in de verleningsbeschikking indien:
a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht;
b. de activiteiten hebben plaatsgevonden conform deze beschikking en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7; en
c. binnen twee jaar na de verlening van de specifieke uitkering is begonnen met de uitvoering van het project.
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast op een lager bedrag indien de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig deze regeling is besteed.
3. De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
4. Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval:
a. het bedrag van de vastgestelde specifieke uitkering;
b. het uitgekeerde voorschot;
c. het te betalen of terug te vorderen bedrag.
a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht;
b. de activiteiten hebben plaatsgevonden conform deze beschikking en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7; en
c. binnen twee jaar na de verlening van de specifieke uitkering is begonnen met de uitvoering van het project.
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast op een lager bedrag indien de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig deze regeling is besteed.
3. De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
4. Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval:
a. het bedrag van de vastgestelde specifieke uitkering;
b. het uitgekeerde voorschot;
c. het te betalen of terug te vorderen bedrag.