BWBR0046270
Geldig vanaf 2022-02-05
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling versterking omgevingsveiligheid industriële activiteiten 2022–2027
1. De subsidie voor een project a bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 29, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 500.000.
2. De subsidie voor een project b bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 31, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 500.000.
3. De subsidie voor een project c bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 49, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 500.000.
4. De subsidie voor een project d bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 18, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 10.000.
5. Wanneer subsidie wordt verstrekt voor een project dat geen betrekking heeft op een speerpunt of niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria worden de genoemde percentages in het eerste, tweede en derde lid verlaagd met 15 procentpunten voor zover het minimale subsidiepercentage hierdoor niet lager wordt dan 15%.
6. Wanneer de Minister geen speerpunt heeft vastgesteld worden in afwijking van het vijfde lid de subsidiepercentages niet verlaagd.
7. Voor een onderzoeksorganisatie bedraagt de subsidie voor een project ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten.
8. Voor een omgevingsdienst of een veiligheidsregio bedraagt de subsidie voor een project ten hoogste 15% van de subsidiabele kosten, onder aftrek van andere ontvangen overheidsbijdragen voor hetzelfde project.
2. De subsidie voor een project b bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 31, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 500.000.
3. De subsidie voor een project c bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 49, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 500.000.
4. De subsidie voor een project d bedraagt ten hoogste het percentage van de subsidiabele kosten dat is opgenomen in artikel 18, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening met een maximum van € 10.000.
5. Wanneer subsidie wordt verstrekt voor een project dat geen betrekking heeft op een speerpunt of niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria worden de genoemde percentages in het eerste, tweede en derde lid verlaagd met 15 procentpunten voor zover het minimale subsidiepercentage hierdoor niet lager wordt dan 15%.
6. Wanneer de Minister geen speerpunt heeft vastgesteld worden in afwijking van het vijfde lid de subsidiepercentages niet verlaagd.
7. Voor een onderzoeksorganisatie bedraagt de subsidie voor een project ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten.
8. Voor een omgevingsdienst of een veiligheidsregio bedraagt de subsidie voor een project ten hoogste 15% van de subsidiabele kosten, onder aftrek van andere ontvangen overheidsbijdragen voor hetzelfde project.