BWBR0046239
Geldig vanaf 2022-02-21
Artikel 4.1
Regeling diergeneesmiddelen 2022
1. Een houder van een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 619,00 voor de instandhouding van die vergunning.
2. Een houder van een registratie van een homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 310,00 voor de instandhouding van die registratie.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de vergoeding een gedeelte van een jaar nadat de vergunning is verstrekt naar rato van het aantal maanden waarin het is toegestaan het diergeneesmiddel in de handel te brengen.
4. Een houder van een vergunning voor de vervaardiging als bedoeld in artikel 88, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
5. Een houder van een vergunning voor groothandel als bedoeld in artikel 99, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
6. Een houder van een vergunning voor kleinhandel als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het besluitis jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
7. Een importeur, fabrikant of distributeur van werkzame stoffen bestemd voor diergeneesmiddelen die zich heeft aangemeld overeenkomstig artikel 95, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 35,00 voor de instandhouding van de aanmelding.
8. Een houder van een vergunning voor parallelhandel als bedoeld in artikel 2.5is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
9. Een houder van een registratie als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel c, is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 310,00 voor de instandhouding van die registratie.
10. Voor de instandhouding van de opname in de lijst, bedoeld in artikel 104, achtste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2019/6is de aanvrager een jaarlijkse retributie verschuldigd van € 35,00.
11. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op vergunningen en registraties die door de minister zijn verstrekt.
2. Een houder van een registratie van een homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 310,00 voor de instandhouding van die registratie.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de vergoeding een gedeelte van een jaar nadat de vergunning is verstrekt naar rato van het aantal maanden waarin het is toegestaan het diergeneesmiddel in de handel te brengen.
4. Een houder van een vergunning voor de vervaardiging als bedoeld in artikel 88, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
5. Een houder van een vergunning voor groothandel als bedoeld in artikel 99, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
6. Een houder van een vergunning voor kleinhandel als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het besluitis jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
7. Een importeur, fabrikant of distributeur van werkzame stoffen bestemd voor diergeneesmiddelen die zich heeft aangemeld overeenkomstig artikel 95, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/6is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 35,00 voor de instandhouding van de aanmelding.
8. Een houder van een vergunning voor parallelhandel als bedoeld in artikel 2.5is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 62,00 voor de instandhouding van die vergunning.
9. Een houder van een registratie als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel c, is jaarlijks een retributie verschuldigd van € 310,00 voor de instandhouding van die registratie.
10. Voor de instandhouding van de opname in de lijst, bedoeld in artikel 104, achtste lid, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2019/6is de aanvrager een jaarlijkse retributie verschuldigd van € 35,00.
11. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op vergunningen en registraties die door de minister zijn verstrekt.