BWBR0046217
Geldig vanaf 2022-01-20
Artikel 8.1
Mandaatbesluit BZK 2022
De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever ten aanzien van de uitoefening van het mandaat;
b. departementale richtlijnen met betrekking tot paraaf en medeparaaf en het voorleggen en afdoen van stukken;
c. de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige departementale richtlijnen, in het bijzonder de Comptabiliteitswet 2016, de Wet op de ondernemingsraden, het departementale kader voor externe inhuur, het Organisatiebesluit BZK 2020 en (de richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever ten aanzien van de uitoefening van het mandaat;
b. departementale richtlijnen met betrekking tot paraaf en medeparaaf en het voorleggen en afdoen van stukken;
c. de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige departementale richtlijnen, in het bijzonder de Comptabiliteitswet 2016, de Wet op de ondernemingsraden, het departementale kader voor externe inhuur, het Organisatiebesluit BZK 2020 en (de richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.