BWBR0046159
Geldig vanaf 2022-02-01
Artikel 17
Besluit bekostiging WPO 2022
1. Indien een basisschool bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, wordt de bekostiging vermeerderd met:
a. een vast bedrag per nevenvestiging; en
b. 60% van het verschil tussen: 1°. de som van de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de hoofdvestiging en de nevenvestigingen als zelfstandige scholen tezamen zouden ontvangen; en
2°. de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de basisschool ontvangt.
1°. de som van de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de hoofdvestiging en de nevenvestigingen als zelfstandige scholen tezamen zouden ontvangen; en
2°. de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de basisschool ontvangt.
2. Indien een speciale school voor basisonderwijs bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, wordt de bekostiging vermeerderd met een vast bedrag per nevenvestiging.
3. De bedragen per nevenvestiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
a. een vast bedrag per nevenvestiging; en
b. 60% van het verschil tussen: 1°. de som van de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de hoofdvestiging en de nevenvestigingen als zelfstandige scholen tezamen zouden ontvangen; en
2°. de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de basisschool ontvangt.
1°. de som van de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de hoofdvestiging en de nevenvestigingen als zelfstandige scholen tezamen zouden ontvangen; en
2°. de extra bekostiging voor kleine scholen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die de basisschool ontvangt.
2. Indien een speciale school voor basisonderwijs bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, wordt de bekostiging vermeerderd met een vast bedrag per nevenvestiging.
3. De bedragen per nevenvestiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.