BWBR0046143
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 7
Beleidsregel verpleging en verzorging
1. Tariefopbouw
De maximumtarieven voor verpleging en verzorging zijn gebaseerd op een kostenonderzoek naar de werkelijke kosten uit het meest recente beschikbare boekjaar (2016) onder aanbieders van verpleging en verzorging. Er zijn normatieve elementen toegevoegd aan de tariefberekening die tegemoet komen aan actuele ontwikkelingen in de markt. De onderbouwing van het tarief is uiteengezet in het verantwoordingsdocument ‘tarieven verpleging en verzorging’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
2. Indexatie
De tarieven worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd. De index voor de loonkosten wordt vastgesteld door het Ministerie van VWS. Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de voorlopige indexaties 2022 sluit de NZa incidenteel aan op de ramingen uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t-1. De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 90% loonkosten en 10% materiële kosten.
De maximumtarieven voor verpleging en verzorging zijn gebaseerd op een kostenonderzoek naar de werkelijke kosten uit het meest recente beschikbare boekjaar (2016) onder aanbieders van verpleging en verzorging. Er zijn normatieve elementen toegevoegd aan de tariefberekening die tegemoet komen aan actuele ontwikkelingen in de markt. De onderbouwing van het tarief is uiteengezet in het verantwoordingsdocument ‘tarieven verpleging en verzorging’, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.
2. Indexatie
De tarieven worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd. De index voor de loonkosten wordt vastgesteld door het Ministerie van VWS. Voor de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de voorlopige indexaties 2022 sluit de NZa incidenteel aan op de ramingen uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Dit geldt zowel voor de personele index als de materiële index.
Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t-1. De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 90% loonkosten en 10% materiële kosten.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046143
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl