BWBR0046131
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 11
Tijdelijke Beleidsregel aanpassing vergoedingen rechtsbijstandverleners en mediators
1. In de gevallen genoemd in de artikelen 5, tweede en derde lid, 5a, tweede en derde lid, 11, tweede, derde en zesde lid, 14a, tweede lid, 19en 21, tweede, derde en vijfde lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000wordt bij de toepassing van die artikelen, indien in deze beleidsregel dan wel in de bijlagebij deze beleidsregel een afwijkend puntenaantal of afwijkende urengrens is bepaald ten opzichte van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000dan wel de bijlagebij dat besluit waarnaar in die artikelen wordt verwezen, uitgegaan van het puntenaantal en de urengrens die in deze beleidsregel dan wel de bijlage bij deze beleidsregel zijn bepaald.
2. In afwijking van artikel 11, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000wordt, op samenhangende procedures die in cassatie zijn gevoerd, de berekening bedoeld in artikel 11, tweede en derde lidtoegepast op 24 punten.
3. In afwijking van de artikelen 31, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000en 10 van het Besluit toevoeging mediationdient de rechtsbijstandverlener bij het bereiken van de in artikelen 7en 8bedoelde tijdsgrens een aanvraag in bij het bestuur tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.
2. In afwijking van artikel 11, vijfde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000wordt, op samenhangende procedures die in cassatie zijn gevoerd, de berekening bedoeld in artikel 11, tweede en derde lidtoegepast op 24 punten.
3. In afwijking van de artikelen 31, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000en 10 van het Besluit toevoeging mediationdient de rechtsbijstandverlener bij het bereiken van de in artikelen 7en 8bedoelde tijdsgrens een aanvraag in bij het bestuur tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden.