BWBR0046109
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 9
Projectstimuleringsregeling Interreg VI
1. De subsidieontvanger dient een Projectvoorstel Europe binnen 28 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van Europe.
2. De subsidieontvanger dient bij een Projectvoorstel NWE of NSR:
a. Stap 1 binnen 19 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van NWE respectievelijk NSR, en
b. Stap 2 binnen 28 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van NWE respectievelijk NSR.
3. Indien het Programma Secretariaat van NWE of NSR geen gebruik maakt van Stap 1 en Stap 2 dient de subsidieontvanger het projectvoorstel NWE of NSR binnen 28 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van NWE respectievelijk NSR.
4. De subsidieontvanger meldt aan de Minister de indiening van het projectvoorstel Europe, projectvoorstel NWE of NSR bij het Programma Secretariaat van Interreg VI, door de ontvangstbevestiging terstond bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in te dienen.
5. De subsidieontvanger meldt aan de Minister, na de indiening volgens het vierde lid, of een projectaanvraag Stap 1 en/of Stap 2 (on)geschikt is verklaard door het Programma Secretariaat.
2. De subsidieontvanger dient bij een Projectvoorstel NWE of NSR:
a. Stap 1 binnen 19 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van NWE respectievelijk NSR, en
b. Stap 2 binnen 28 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van NWE respectievelijk NSR.
3. Indien het Programma Secretariaat van NWE of NSR geen gebruik maakt van Stap 1 en Stap 2 dient de subsidieontvanger het projectvoorstel NWE of NSR binnen 28 maanden na de subsidieverlening in bij het Programma Secretariaat van NWE respectievelijk NSR.
4. De subsidieontvanger meldt aan de Minister de indiening van het projectvoorstel Europe, projectvoorstel NWE of NSR bij het Programma Secretariaat van Interreg VI, door de ontvangstbevestiging terstond bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in te dienen.
5. De subsidieontvanger meldt aan de Minister, na de indiening volgens het vierde lid, of een projectaanvraag Stap 1 en/of Stap 2 (on)geschikt is verklaard door het Programma Secretariaat.