BWBR0046065
Geldig vanaf 2021-12-23
Artikel 5
Instellingsbesluit multidisciplinair interventieteam
1. Er is een programmateam MIT, bestaande uit een directeur MIT en ten hoogste vier andere leden, waaronder een plaatsvervangend directeur MIT.
2. De directeur MIT heeft als taak:
a. het opstellen van stukken, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, onder i tot en met iv;
b. het verzorgen van de facilitaire dienstverlening, huisvesting, inrichting, onderhoud en ontwikkeling van gemeenschappelijke ICT-voorzieningen ten behoeve van het MIT op grond van het mandaat, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
c. het zorgdragen van de uitvoering van de besluiten van de gezagen door het op grond van artikel 10, eerste lid, ter beschikking gesteld personeel.
3. De directeur MIT heeft tevens als taak het gevraagd en ongevraagd adviseren aan de stuurgroep MIT ten aanzien van zaken die voor de uitvoering van de taken van het MIT van belang zijn.
4. De directeur MIT kan mandaat verlenen aan een of meer andere leden van het programmateam MIT.
5. Ten minste eenmaal per kalenderjaar wordt door de (plaatsvervangend) voorzitter en een ander door de stuurgroep MIT aangewezen lid van de stuurgroep MIT een gesprek gevoerd met de leden van het programmateam MIT over de vervulling van hun werkzaamheden.
2. De directeur MIT heeft als taak:
a. het opstellen van stukken, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, onder i tot en met iv;
b. het verzorgen van de facilitaire dienstverlening, huisvesting, inrichting, onderhoud en ontwikkeling van gemeenschappelijke ICT-voorzieningen ten behoeve van het MIT op grond van het mandaat, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
c. het zorgdragen van de uitvoering van de besluiten van de gezagen door het op grond van artikel 10, eerste lid, ter beschikking gesteld personeel.
3. De directeur MIT heeft tevens als taak het gevraagd en ongevraagd adviseren aan de stuurgroep MIT ten aanzien van zaken die voor de uitvoering van de taken van het MIT van belang zijn.
4. De directeur MIT kan mandaat verlenen aan een of meer andere leden van het programmateam MIT.
5. Ten minste eenmaal per kalenderjaar wordt door de (plaatsvervangend) voorzitter en een ander door de stuurgroep MIT aangewezen lid van de stuurgroep MIT een gesprek gevoerd met de leden van het programmateam MIT over de vervulling van hun werkzaamheden.