BWBR0046014
Geldig vanaf 15-12-2021
Artikel 3
Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor
De Minister verstrekt jaarlijks een specifieke uitkering aan de ontvangers voor:
1. het beheer van de infrastructuur van de tramdienst Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein; en
2. voor de exploitatie van de decentrale spoordiensten: a. op het traject Zwolle-Emmen;
b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck;
c. stoptreindienst Sittard-Heerlen;
d. sneltreindienst Heerlen-Aken;
e. op het traject Zwolle-Enschede.
a. op het traject Zwolle-Emmen;
b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck;
c. stoptreindienst Sittard-Heerlen;
d. sneltreindienst Heerlen-Aken;
e. op het traject Zwolle-Enschede.
1. het beheer van de infrastructuur van de tramdienst Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein; en
2. voor de exploitatie van de decentrale spoordiensten: a. op het traject Zwolle-Emmen;
b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck;
c. stoptreindienst Sittard-Heerlen;
d. sneltreindienst Heerlen-Aken;
e. op het traject Zwolle-Enschede.
a. op het traject Zwolle-Emmen;
b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck;
c. stoptreindienst Sittard-Heerlen;
d. sneltreindienst Heerlen-Aken;
e. op het traject Zwolle-Enschede.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046014
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl