BWBR0045931
Geldig vanaf 2021-12-01
Artikel 3
Regeling verstrekking specifieke uitkering provincies Noord-Holland, Utrecht, Limburg, Zeeland, Overijssel, Groningen en Zuid-Holland (kwalitatief hoogwaardige en duurzame woon- en leefomgeving in acht NOVI-gebieden)
1. De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de aangewezen provincies voor de activiteiten die worden ondernomen ten behoeve van het plan van aanpak van het NOVI-gebied en waarvoor in de beschikking een specifieke uitkering is toegekend.
2. Activiteiten, als bedoeld in het eerste lid, zijn activiteiten die:
a. nodig zijn voor het opstellen van het in het eerste lid bedoelde plan van aanpak;
b. zijn omschreven in dat plan van aanpak; en
c. voortvloeien uit de uitwerking en uitvoering van dat plan van aanpak.
3. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor de:
a. provincie Noord-Holland: € 443.182 ten behoeve van het NOVI-gebied Amsterdam Noordzeekanaalgebied;
b. provincie Utrecht: € 638.223 ten behoeve van het NOVI-gebied Het Groene Hart;
c. provincie Limburg: € 1.101.653, waarvan: 1°. € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Zuid-Limburg; en
2°. € 737.397 ten behoeve van het NOVI-gebied De Peel;
1°. € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Zuid-Limburg; en
2°. € 737.397 ten behoeve van het NOVI-gebied De Peel;
d. provincie Zeeland: € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied North Sea Port District;
e. provincie Zuid-Holland: € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Haventransitie Rotterdam;
f. provincie Groningen: € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Groningen; en
g. provincie Overijssel: € 393.182 ten behoeve van het NOVI-gebied regio Zwolle.
4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefondsof voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
2. Activiteiten, als bedoeld in het eerste lid, zijn activiteiten die:
a. nodig zijn voor het opstellen van het in het eerste lid bedoelde plan van aanpak;
b. zijn omschreven in dat plan van aanpak; en
c. voortvloeien uit de uitwerking en uitvoering van dat plan van aanpak.
3. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor de:
a. provincie Noord-Holland: € 443.182 ten behoeve van het NOVI-gebied Amsterdam Noordzeekanaalgebied;
b. provincie Utrecht: € 638.223 ten behoeve van het NOVI-gebied Het Groene Hart;
c. provincie Limburg: € 1.101.653, waarvan: 1°. € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Zuid-Limburg; en
2°. € 737.397 ten behoeve van het NOVI-gebied De Peel;
1°. € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Zuid-Limburg; en
2°. € 737.397 ten behoeve van het NOVI-gebied De Peel;
d. provincie Zeeland: € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied North Sea Port District;
e. provincie Zuid-Holland: € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Haventransitie Rotterdam;
f. provincie Groningen: € 364.256 ten behoeve van het NOVI-gebied Groningen; en
g. provincie Overijssel: € 393.182 ten behoeve van het NOVI-gebied regio Zwolle.
4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefondsof voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.