BWBR0045907
Geldig vanaf 01-01-2022
Artikel 4
Beleidsregel normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) gespecialiseerde ggz, forensische zorg en langdurige zorg
1. De in de integrale tarieven opgenomen nhc is berekend op basis van de door TNO opgestelde investeringsbedragen, waarbij is uitgegaan van de onderstaande uitgangspunten.
2. Investeringsbedragen per zzp en verblijfsdag ggz en fz. Voor de berekening van de nhc zijn investeringsbedragen bepaald die benodigd zijn voor nieuwbouw en instandhouding van voorzieningen. Investeringen in inventaris maken geen deel uit van deze bedragen.
3. Looptijd Voor de normering van het investeringspatroon, is gekozen voor een looptijd van 30 jaar zonder renovatie.
4. Rente De vermogenskostenvoet waartegen de instelling de investering financiert bedraagt 4,65%.
5. Bouwtijd Voor de bouwtijd is uitgegaan van een periode van 18 maanden, met uitzondering van de beveiligingsniveaus 2, 3 en 4 forensische zorg, waar is uitgegaan van een periode van 24 maanden.
6. Jaarlijkse instandhouding Voor de jaarlijkse instandhouding is een percentage van 0,8% van de nieuwbouwwaarde opgenomen op jaarbasis.
7. Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen Voor de onderdelen grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen geldt binnen de nhc één component. Hierbij is de gemiddelde grondprijs in Nederland gehanteerd, waaraan een component van 10% van de gemiddelde grondprijs is toegevoegd.
8. Indexering De nhc wordt tot het volgende herijkmoment jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
9. Indexlening Voor de berekening van de vergoeding van de huisvestingslasten door een normatieve huisvestingscomponent (nhc) is gebruik gemaakt van de rekenmethode voor een zogenaamde indexlening. Deze methode berekent eerst een gelijkblijvende vergoeding van de som van de componenten aflossing, rente, jaarlijkse instandhouding en frictieleegstand over de gekozen levensduur van het vastgoed. Vervolgens wordt de jaarlijkse nhc in deze berekeningsmethodiek herberekend met een indexpercentage. De startbedragen worden daardoor lager en de eindbedragen hoger. De contante waarde van deze vergoeding bij de gekozen levensduur is daardoor in alle jaren gelijk.
10. Bezettingspercentage In de volgende tabel wordt per afzonderlijke prestatie aangegeven welk bezettingspercentage wordt gehanteerd bij de berekening van de nhc. Dit leidt tevens tot de in de onderstaande tabel vermelde percentuele correcties op de nhc. De correctie op de nhc wordt berekend over de nhc, exclusief de kosten voor jaarlijkse instandhouding.
11. Verduurzaming vastgoed De investeringsbedragen zijn vanaf 1 januari 2019 verhoogd vanwege aangescherpte eisen in het kader van duurzaamheid. Voor de geneeskundige GGZ en de forensische zorg bedraagt de verhoging eenmalig 4,1% over het investeringsbedrag exclusief grond. Voor de langdurige zorg bedraagt de verhoging 0,18% per 2019 over het investeringsbedrag exclusief grond gedurende 30 jaar; ten opzichte van een voorgaand jaar wordt dus tot en met 2048 het investeringsbedrag exclusief grond met genoemd percentage verhoogd. De reden voor dit lagere percentage, ligt in de geleidelijke vervanging van bestaande gebouwen door nieuwbouw, zoals omschreven in de kaderbrief 2019 van de minister van VWS.
2. Investeringsbedragen per zzp en verblijfsdag ggz en fz. Voor de berekening van de nhc zijn investeringsbedragen bepaald die benodigd zijn voor nieuwbouw en instandhouding van voorzieningen. Investeringen in inventaris maken geen deel uit van deze bedragen.
3. Looptijd Voor de normering van het investeringspatroon, is gekozen voor een looptijd van 30 jaar zonder renovatie.
4. Rente De vermogenskostenvoet waartegen de instelling de investering financiert bedraagt 4,65%.
5. Bouwtijd Voor de bouwtijd is uitgegaan van een periode van 18 maanden, met uitzondering van de beveiligingsniveaus 2, 3 en 4 forensische zorg, waar is uitgegaan van een periode van 24 maanden.
6. Jaarlijkse instandhouding Voor de jaarlijkse instandhouding is een percentage van 0,8% van de nieuwbouwwaarde opgenomen op jaarbasis.
7. Grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen Voor de onderdelen grond, interim-huisvesting en terreinvoorzieningen geldt binnen de nhc één component. Hierbij is de gemiddelde grondprijs in Nederland gehanteerd, waaraan een component van 10% van de gemiddelde grondprijs is toegevoegd.
8. Indexering De nhc wordt tot het volgende herijkmoment jaarlijks geïndexeerd met 2,5%.
9. Indexlening Voor de berekening van de vergoeding van de huisvestingslasten door een normatieve huisvestingscomponent (nhc) is gebruik gemaakt van de rekenmethode voor een zogenaamde indexlening. Deze methode berekent eerst een gelijkblijvende vergoeding van de som van de componenten aflossing, rente, jaarlijkse instandhouding en frictieleegstand over de gekozen levensduur van het vastgoed. Vervolgens wordt de jaarlijkse nhc in deze berekeningsmethodiek herberekend met een indexpercentage. De startbedragen worden daardoor lager en de eindbedragen hoger. De contante waarde van deze vergoeding bij de gekozen levensduur is daardoor in alle jaren gelijk.
10. Bezettingspercentage In de volgende tabel wordt per afzonderlijke prestatie aangegeven welk bezettingspercentage wordt gehanteerd bij de berekening van de nhc. Dit leidt tevens tot de in de onderstaande tabel vermelde percentuele correcties op de nhc. De correctie op de nhc wordt berekend over de nhc, exclusief de kosten voor jaarlijkse instandhouding.
11. Verduurzaming vastgoed De investeringsbedragen zijn vanaf 1 januari 2019 verhoogd vanwege aangescherpte eisen in het kader van duurzaamheid. Voor de geneeskundige GGZ en de forensische zorg bedraagt de verhoging eenmalig 4,1% over het investeringsbedrag exclusief grond. Voor de langdurige zorg bedraagt de verhoging 0,18% per 2019 over het investeringsbedrag exclusief grond gedurende 30 jaar; ten opzichte van een voorgaand jaar wordt dus tot en met 2048 het investeringsbedrag exclusief grond met genoemd percentage verhoogd. De reden voor dit lagere percentage, ligt in de geleidelijke vervanging van bestaande gebouwen door nieuwbouw, zoals omschreven in de kaderbrief 2019 van de minister van VWS.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl