BWBR0045849
Geldig vanaf 2021-11-05
Artikel 18
Regeling maatregelen beschermings- en bewakingszone hoogpathogene vogelgriep Zeewolde 2021 III
1. De exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden brengt ten minste afscheidingen aan tussen de gehouden vogels en andere dieren die in de inrichting aanwezig zijn.
2. De exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden neemt passende maatregelen om zoveel mogelijk te voorkomen dat de vogels in contact komen met andere gehouden vogels, wilde dieren of hun uitwerpselen.
3. Een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid is ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van de gehouden vogels, met uitzondering van:
a. fazanten (Phasianidae),
b. struisvogels (Struthionidae),
c. emoes (Dromaiidae);
d. nandoes (Rheidae);
e. vogels als bedoeld in deel B van bijlage I bij verordening (EU) nr. 2016/429, die als gezelschapsdier worden gehouden.
2. De exploitant van een inrichting waar vogels worden gehouden neemt passende maatregelen om zoveel mogelijk te voorkomen dat de vogels in contact komen met andere gehouden vogels, wilde dieren of hun uitwerpselen.
3. Een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid is ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van de gehouden vogels, met uitzondering van:
a. fazanten (Phasianidae),
b. struisvogels (Struthionidae),
c. emoes (Dromaiidae);
d. nandoes (Rheidae);
e. vogels als bedoeld in deel B van bijlage I bij verordening (EU) nr. 2016/429, die als gezelschapsdier worden gehouden.